Plagiaat is pronken met andermans veren.

Gepubliceerd op
Andermans veren © Edwin Kisman

Geen “ere wie ere toekomt”. Plagiaat is zowel diefstal (asociaal: negatief) als hergebruik (klimaatdenkend: positief). Dat pronken gebeurt overigens niet na het stelen van geld. Dan dus geen plagiaat.
Ook geen sprake van plagiaat als je bij hergebruik vermeldt “Die veren zijn van Peter de Waard (Volkskrant)”. Dat heeft hoogleraar Mark Kramer verzuimd te doen in een van zijn columns. De poppen aan het dansen. Het liep echter met een sisser af. Volgens de Volkskrant van 25 september mag Mark aanblijven als bestuurder ondanks het verpletterende oordeel van een commissie bemand door integriteitsdeskundigen. De Raad van Toezicht van het Amsterdam UMC wil ‘m aanhouden. Mazzelaar, door het oog van de naald gekropen.

Nepdata
Een speciaal geval is dat van een andere hoogleraar, Diederik Stapel. Die fabriceerde onderzoeksgegevens uit z’n duim. Nou ja, zijn alter ego deed dat, want Diederik weet dat zoiets niet hoort. Vervolgens steelt Diederik die gegevens van z’n alter ego en gaat ermee aan de pronk. Plagiaat want hij noemt niet de bron. Als je het anders wil zien, noem het dan fraude. Diederik werd een gerenommeerd wetenschapper voor zo lang het duurde. Hij betreurde het en leest op YouTube zijn spijtbetuiging voor. Zie de leeslijst.

Ratrace
Eva Baaren wijst in ScienceGuide van 10 februari 2021 op een neveneffect van de affaire Stapel. Het was “een katalysator voor kritiek op de competitiegedreven wetenschap”. De “ratrace”. ‘Collateral benefit’ dus.

Naakt 1957 © Edwin Kisman

Plakken op Insta
Dan heb je daar de dieetguru Sonja Bakker, een ander geval. Knipt recepten en laat die op “Insta” plakken. Aan de kaak gesteld door RTL Boulevard. Daar kreeg ze spijt van, Niet uit zichzelf. Ze kreeg doodsbedreigingen. Zou ik ook spijt krijgen. In een gesprek met Privé schijnt ze te hebben gezegd “Dat zijn we nu aan aan het herstellen. Ik moet met de billen bloot”. Billen bloot? Dat hoeft nou ook weer niet. Dat leidt maar af van de plagiaat.
Overigens realiseer ik me dat de aanleiding voor doodsbedreigingen de laatste tijd sterk aan inflatie onderhevig is. Nee, ga nou niet meteen de sociale media de schuld geven. Dat weten ze zelf ook wel.

Recidivist
En wat te denken van de kunstenaar, uitvinder en plagiaateur Daan Roosegaarde. Hij werd meermalen beschuldigd van plagiaat. Eind augustus nog naar aanleiding van de onthulling van zijn installatie Liquid Landscape in het Italiaanse openluchtmuseum Arte Stella. Jeroen Junte schreef er over in de Volkskrant van 25 augustus. Een letterlijke kopie van een werk van de Nederlandse kunstenaar Zoro Feigl, die als volgt reageerde:” Ik stond perplex toen ik het zag. Dit is gewoon exact hetzelfde als een tijdelijk werk dat ik 2013 maakte voor een financiële instelling”. De heren zijn er nog niet uit.
Iets soortgelijks overkwam de schoenontwerper Jan Jansen toen hij in 2005 op bezoek was in Tokio en daar, in een winkel van Armani, zijn ‘tutti piedi’ zag. Een schoen die hij in 1981 had ontworpen. Zijn ontwerpen werden vaak gekopieerd. Onder andere door grote merken als Dior en Prada. Zijn reactie “Dan verzin ik gewoon weer een nieuwe schoen”. Een stoïcijnse instelling. Harmen van Dijk schreef erover in Trouw van 19 juni 2021. Zie leeslijst.

Cryptomnesie
Ook in 2016 heeft Roosegaarde verwijten van plagiaat gekregen: van wetenschapper Bob Ursem en van de kunstenaar Ger van Elk, aldus Junte.
Wat is er aan de hand met Daan? Het lijkt er op dat hij lijdt aan ‘cryptomnesie’. Een idee oppikken, het overnemen en vergeten dat je het van een ander hebt. “Onbewust plagiaat”? Van de prins geen kwaad weten. Nou dan weet je het wel. Douwe Draaisma beschrijft ‘cryptomnesie’ in zijn “Vergeetboek”. Verzachtende omstandigheden? Zou Roosegaarde nog aan die aandoening geholpen kunnen worden?

De vaas van Bas
Een interessant voorbeeld van doorontwikkeling zijn de vazen van de ontwerper Bas van Beek. Gezien in het Kunstmuseum in Den Haag. Bas verwerft de mallen van glazen vazen en gebruikt die opnieuw met een kleine aanpassing. De mallen worden niet gesloten maar licht geopend vastgezet waardoor tijdens het gieten van het glas in de spleten uitstulpingen ontstaan. Voila, de vaas van Bas. Plagiaat? Nee, doorontwikkeling.

Technologische vooruitgang © Edwin Kisman

Voortborduren
Voortborduren op de ideeën van anderen is de basis van (technologische) voortuitgang. De mens die ontdekte dat het rollen op een boomstam makkelijker ging dan transporteren op een slee. Een ander mens die die boomstam in plakken zaagde en er een as doorheen stak, die onder een bak bevestigde en er een paard voor zette. Hoppa. Een achter-achter-achter kleinzoon daarvan die een stoommachine aan de as koppelde. Enzovoorts. Voortbordurend op andermans ideeën. Doorontwikkeling.

Technologische vooruitgang
Zo gaat het helemaal in de historie van de vooruitgang. Een oud idee tegen het licht houden en verbeteren. De SCAMPER methodie werkt zo. Vanuit het startpunt de alternatieve opties proberen: Substitute? Combine? Adapt? Magnify? Put to other uses? Eliminate? Rearrange/Reverse?.
Ook werken volgens het populaire adagium : ”Beter goed gejat dan slecht bedacht”. Hopelijk brengt ons dat nog deze eeuw een fusiereactor. Energieprobleem opgelost.
Het is een kwestie van goed jatten.

Edwin Kisman

Leeslijst

Merel Schut AD 13 okt 2014  update 6 feb 2016
Eva van Baaren, Science Guide 10 feb 2021
Univers Redactie 27 juni 2012 , Tilburg University
De ontwerpen van Jan Jansen zijn zo vaak gekopieerd.
Harmen van Dijk, Trouw 19 juni 2021

Genoeg ?!

Gepubliceerd op
Genoeg uitgegeven

Wat heet genoeg? Genoeg is net als smaak, er valt niet over te twisten. Wat voor de een méér dan genoeg is, is voor de ander nog lang niet genoeg. Zo houden?

Wat is genoeg?
De Zwitserse schrijver Rolf Dobelli stelt dat een inkomen van een ton ruim voldoende is. Lijkt me ook. Maar voor Rupsje Nooit Genoeg is ’t dat bij lange na niet. Een blokje huizen erbij en een Grand Prix in de blonde duinen. ‘Now we’re talking’.
Terwijl voor de een twee maaltijden per dag genoeg zijn, droomt een ander van een zevengangen diner, overvloedig besprenkeld met Premier Cru-wijnen.
Is voor de één een Hema horloge van € 5 genoeg, de ander struint het web af naar een goud gerande Rolex, Limited Edition. Zijn negende. Alsof je de tijd daarmee beter onder controle krijgt.
Terwijl de een kiest voor een camping in Hoek van Holland, verkiest de ander de Maagdeneilanden. Da’s pas een paradijs. Blanke stranden, smaragdgroen water en vooral veel brievenbusfirma’s, meer dan maagden.
“Genoeg” is dus rekbaar. Zo laten of toch grenzen stellen? Soms is dat nodig.

Voortdurend streven naar méér
De meeste mensen streven naar méér. Dat Wilders minder wilde was dan ook opmerkelijk.
Die drang naar méér kan neurologisch, evolutionair en ook economisch verklaard worden. Een vurig verlangde aankoop kan in de hersenen neurotransmitters aanmaken, die op hun beurt een beloningspad activeren en zo een geluksgevoel teweegbrengen. Die vaak van korte duur is. Het hebben van de zaak, is immers het einde van het vermaak. Na de hosanna een terugval: de hedonistische tredmolen.
Voor de jager-verzamelaar was méér vergaren een kwestie van overleven. Morgen zou ‘t wel eens een dag zonder vangst kunnen zijn. Die drijfveer is blijven hangen in de mens en vormt mogelijk de basis van de “onverzadigbare behoeften” waarover de Skidelsky’s het hebben.

Skidelsky’s

Hoeveel is genoeg?
Robert Skidelsky en zijn zoon Edward verklaren in hun boek “How Much is Enough?: Money and the Good Life”dat die “onverzadigbare behoeften” voortvloeien uit het kapitalisme. Was geld in de oudheid een middel om het doel, een goed leven, te bereiken. Sinds de opkomst van het kapitalisme, vanaf de industriële revolutie, werd geld van middel tot doel verheven. Het heeft, volgens de Skidelsky’s weliswaar het goede leven mogelijk gemaakt, maar heeft gelijktijdig dat oorspronkelijke doel, het goede leven, als prioriteit uit het oog verloren.

Keep up with the Joneses
Die drijfveren, die mogelijk samenwerken, maken het moeilijk de “onverzadigbare behoeften” van de mens te beteugelen. Méér, méér, méér is het credo. Daarnaast speelt ook status een rol, we moeten, zoals de Skidelsky’s het noemen, “keep up with the Joneses”. Jaloezie, overtroeven. Buurman een Lamborghini Aventador? Ik een Porsche Carrera GT al moet ik daarvoor mijn hypotheek uitbreiden.
Anderzijds bestaat er zoiets als angst voor “sociale daling”, zoals Jonas Kooyman dat in de NRC van 3 oktober beschrijft. Dat leidt tot “doen alsof” en “middelmatige luxe”. Ietsje méér dus dan genoeg, maar net niet over de top. Het verlangen naar meer, mooier en beter wordt vandaag de dag ook nog eens breed aangejaagd door de sociale media. Van kampvuurtje tot bosbrand. Facebook, Instagram, Tik-tok, al dan niet met influencers als voorzangers. De inprenting van een schoonheidsideaal.

BBP gaat vóór uitstoot

Grenzen aan de Groei
“Genoeg” verheffen tot een norm? Dat zal niet zomaar lukken.
Ondanks de donkere wolken die zich boven onze planeet samenpakken blijft onze economische groei doorgaan. Het bbp van Nederland is in 2020 met 3,9% gegroeid, in 2022 wordt een groei van 3,5% verwacht. Een streepje lager, maar als de groei met dit tempo doorgaat is het bbp in 2050 bijna driemaal hoger dan nu. Reken het zelf maar uit. Dankzij de toegenomen produktie, energieconsumptie en de daarmee gepaard gaande afvaluitstoot (zowel gas als vast). Hoe moet dat als we volgens “Parijs” onze broeikasgasuitstoot in 2050 teruggebracht moeten hebben naar netto bijna nul?

Apocalyps voorkomen
We moeten dus vasthouden aan het begrenzen van die “onverzadigbare behoeften”. Het moet genoeg zijn. Domweg, vanwege die donkere wolken boven elke horizon op onze planeet. Het zijn de voorboden van een Apocalyps. “Grenzen aan de Groei” werd in 1972 al geroepen door de Club van Rome. Het rapport werd uitgewerkt door een team van MIT onder leiding van Dennis en Donella Meadows. Wat is er mee gedaan?

Min of méér?

Hoe dan?
Genoeg, hoe dan?
Produktie verminderen, consuminderen, geen of minder reclame om de verkoop aan te jagen, minder vervuiling, afval minderen te land, ter zee en in de lucht. De aarde minder uitputten. Welvaart beter spreiden. Korter werken, de droom van Keynes waarmaken, maximaal 3 uur per dag.
De Skidelsky’s doen in hun boek uit 2012 ook aanbevelingen: een basisinkomen voor iedereen, progressieve belasting vooral op (exhorbitante) bestedingen in plaats van op inkomen en vermindering van reclame door de kosten ervan niet meer aftrekbaar te maken.
Veel minderen en ontspullen om méér van dat ene ingredient te krijgen: een goed leven.
Want, om met Jason Hickel te spreken “Less is More”.

Edwin Kisman

Lees meer over ontspullen – columns 
Boeken fileren kan ook nog
28 okt 2016
Het ‘Endowment effect’ staat opruimen in de weg
2 dec 2016
Mijn knipselarchief,nu digitaal
27 jul 2018
Opruimen en ordenen met een fraudeleermoment
30 okt 2019

Lees meer over de donkere wolken – columns 
Apocalypse Magazine. Een eigentijds klimaatblad
27 sep 2019
Apocalypse Magazine wordt Apocalyps Nu!
4 oktober2019
Apocalypse 3. Als lemmingen naar de afgrond
17 oktober 2019
Journal of Apocalypse Science (JAS) Corona en Stikstof onder één dak
3 juli 2020
Klimaatcrisis: De slimste overleeft
27 jan 2021

En de sites..
Existential Risk Observatory 
Genoeg. Precies wat je nodig hebt,Website Shelly Rosso 

..en de boeken
Robert & Edward Skidelsky (2012) “How Much is Enough? The Love of Money and the Case for the Good Life”
Jason Hickel (2020), “Less is More. How degrowth will save the world”.
Marieke Henselmans (red) (2001) Genoeg uitgegeven. handboek voor consuminderen
Hanneke van Veen, Rob van Eeden (1994) Meer doen met minder (Genoeg)

Een autobiografie? Begin er tijdig aan

Gepubliceerd op
Reis terug in de tijd

Tijdens mijn retraite, waarover ik twee weken geleden schreef, was ik van plan aan de hand van aantekeningen in mijn agenda’s een reis terug in de tijd te maken. De basis voor een autobiografie. Ik begon in juli van dit jaar met het teruglezen van mijn agenda’s, die ik vanaf 1954 heb.

Agenda’s
Sinds acht jaar heb ik grote  Moleskine agenda’s, met een slap zwart kaft. Ze liggen goed in de hand, zijn goed beschrijfbaar en overzichtelijk. Op de linker pagina een weekkalender en op de rechter een blanco pagina met ruimte voor aantekeningen. Ideeën, observaties. Ik heb net een nieuwe gekocht, die ik meteen in gebruik kan nemen omdat hij over 18 maanden loopt. Van juli 2021 tot december 2022. Betekent dat ik al ver vooruit kan plannen.

Feiten roepen herinneringen op of versterken die

Geholpen herinnering
Ik ben terug gaan lezen. Heb belangrijke gebeurtenissen gemarkeerd, feiten en ervaringen waaromheen een web van herinneringen kan ontstaan.  Herinneringen die daardoor ook weer scherpte krijgen. Naarmate de tijd verstrijkt vervagen herinneringen immers. Alsof de ruit waardoor je kijkt steeds meer beslaat, tot je op een gegeven moment niets meer ziet.
Je kan overigens ook feiten helemaal vergeten zijn. Door de systematische zoektocht door je agenda’s kan je ze weer tegenkomen. Krijgen ze weer een plaats in je geheugen. Waar ze met andere herinneringen kunnen gaan interfereren. De vraag kan zijn of je met dit soort herontdekkingen blij moet zijn. Ze waren verdrongen, waarom?

Biodatabase
Ik was van plan de belangrijkste feiten op te slaan in een database, waarin ik snel zou kunnen zoeken naar gebeurtenissen, namen, ontmoetingen. Dat werkte. Bovendien zou er een “biotijdlijn” ontstaan, een raamwerk voor een autobiografie, waaraan ik documenten zou kunnen koppelen. Bestaande of waar ik nog naar zou moeten zoeken.

Ontgoocheling: de reis is gestrand
Helaas, al teruglezend kwam ik tot de teleurstellende ontdekking dat ik tot 2012 met wisselende ijver en nauwkeurigheid aantekeningen had gemaakt. De jaren daarvóór bevatten per saldo ondermaats materiaal. Zowel kwantitatief als kwalitatief. Te weinig en te onduidelijk. Bijvoorbeeld: “Om 14.00 een afspraak met Bob Olie”. Wie was dat ook weer? Waarom had ik een afspraak? Al sla je me dood. JMHW (Joost Mag Het Weten).

De som van bronnen

Een mandje met bronnen
Je ben natuurlijk niet uitsluitend aangewezen op agenda’s, ’t zou wel makkelijk zijn geweest. Maar voor een (auto)biografie put je meestal uit een verzameling van bronnen. Een “mandje”: dagboeken, brieven, knipsels, foto’s, verhalen. Een (auto)biografie is als het ware de som van de bronnen over een bereik van leeftijd 0 tot einde leeftijd.
Zoals Jan Brokken “De Tuinen van Buitenzorg” schreef op basis van brieven van zijn moeder en aanvullend onderzoek.

Vergeten
Aan de hand van de notities in de agenda’s kan, wat je vergeten bent, weer tot leven komen. Het gevaar van oude foto’s en oude verhalen is overigens dat ze hun eigen werkelijkheid gevormd kunnen hebben. Was het echt zo? Zijn dit mijn eigen ervaringen of is het opgeklopte ‘hearsay’? Checken dus. In het “Vergeetboek” van Douwe Draaisma kan je hier veel overlezen. Een van zijn uitspraken: “ Het geheugen wordt gedomineerd door vergeten”.

Raadpleeg tijdig je orale bronnen

Tijdig beginnen
De moraal van dit verhaal: schrijf een autobiografie. Het kan je in de historie plaatsen, op passende hoogte, en levert je stof tot introspectie. Het kan een bijdrage leveren aan je eigen identiteit en zelfs aan die van je nageslacht. En, tenslotte, begin er tijdig aan. Houd een dagboek bij en wees daarbij niet te zuinig met details, met gevoelens, waarnemingen en analyses.
Het tegenstrijdige is dat je vóór je veertigste daar doorgaans geen belangstelling voor hebt en dat je daarna het risico loopt de vorige generatie niet meer te kunnen bevragen. Wij hebben geen orale traditie zoals de Marrons in Suriname, waarover mijn vriend Bonno Thoden van Velzen publiceerde.
Wacht dus niet tot het te laat is, mis de orale bronnen niet. Je zal niet de eerste zijn die daar, tot z’n spijt, te laat achter komt.

Edwin Kisman


Lees ook mijn columns

Ik was jong, dan wil je wel wat – een autobiografie

Een ‘retraite’ om weer inspiratie op te doen 10 september 2021


De necrologie van prof. Bonno Thoden van 
Velzen 

Necrologie Bonno Thoden van Velzen – Dirk Vlasblom NRC 26 juni 2020


Het artikel in de Volkskrant van 25 september 2021, Opinie pag 20

Het verhaal van mijn leven leert mij wie ik ben
Voor zijn interviews over een zinvol leven dompelde Volkskrant-redacteur Fokke Obbema
zich wekelijks onder in het levensverhaal van anderen.
Het bracht hem tot de vraag: hoe zou ik mijn eigen verhaal verwoorden? En hoe zinvol is dat?


En de boeken

De Tuinen van Buitenzorg – Jan Brokken

 

 

Vergeetboek – Douwe Draaisma