Brainstormen in een groep, (g)een goed idee?

Gepubliceerd op


Wie heeft niet eens meegedaan aan een brainstorm ? Waarbij een werveling van gedachten tot nieuwe ideeën leidde en vandaar naar verbeteringen, nieuwe produkten, innovaties. Brainstormen, een prima idee, of toch niet?

Volgens Carsten de Dreu, niet altijd. Althans niet in een groep. “Samen brainstormen: zelden een goed idee”, stelt hij uitdagend in zijn boek “Creativiteit krijg je niet voor niks. Over de psychologie van creativiteit in wetenschap en werk” De Dreu is hoogleraar sociale en organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden en hoogleraar gedragseconomie aan de Universiteit van Amsterdam.

Geen goed idee
Waarom is volgens hem samen brainstormen geen goed idee? Drie argumenten. Deelnemers aan een groepssessie kunnen zich inhouden omdat ze bang zijn af te gaan. Een onveilige situatie die de moderator te allen tijde kan en moet voorkomen. Ten tweede kunnen deelnemers zich inhouden omdat ze bang zijn dat anderen er met hun idee vandoor gaan. Zonde van de inspanning. Een behoorlijk egoïstische instelling. Ten derde, als je moet wachten op het spuien van een idee van een ander, kan je intussen niet je eigen idee naar voren brengen. De Dreu noemt dat coördinatieverlies.

Het boek van Carsten de Dreu

Solitaire brainstorm productiever
Per saldo, concludeert hij, dat het solitair brainstormen productiever is dan de groepsbrainstorm. Uiteraard door onderzoek onderbouwd. Dat zou kunnen, maar alle drie argumenten kunnen worden ondervangen door een wat slimmer inrichten van de groepsbrainstorm. Angst, egoïsme en wachten kunnen worden ondervangen. Voor dat wachten draagt hij zelf een oplossing aan: ‘elektronisch brainstormen’. Best geavanceerd voor de tijd waarin het boek werd geschreven (2016). En dat egoïsme heeft ook een andere kant. De neiging om te denken dat leuke ideeën van anderen door henzelf zijn bedacht. Vooral narcisten hebben dat.
Of toch groepsbijeenkomst?
Toch voert hij ook argumenten aan van andere onderzoekers (Sutton en Hargadon) ten voordele van een groepsbrainstorm: het genereert sociale steun voor innovatieve oplossingen en het bevordert een op de inhoud gerichte ‘mindset’.

Alleen of samen brainstormen

Draagvlak
Dit nu juist is het sterke punt van een groepsbrainstorm, die je ook lateraal overleg zou kunnen noemen. Dat weet ik uit eigen ervaring bij veel procesverbeteringen binnen uitgeverijen, van bijvoorbeeld redactie-, verkoop- en marketingprocessen. Met het gezamenlijk bespreken en creatief oplossen van problemen en knelpunten in een proces door vertegenwoordigers uit de hele “proceskolom” creeër je draagvlak voor de uitvoering van de verbeteringen. Daarmee kan je de implementatie inweken, incuberen. Dat maakt de groepsbrainstorm weer productiever dan solitaire brainstorms.

Voorbereiding
Je kan overigens een groepsbijeenkomst vooraf laten gaan door een solitaire brainstorm, waarna de deelnemers hun ideeën inbrengen om die de kans te geven verder associatief te groeien, gedragen door de ideeën van anderen, naar een uiteindelijke oplossing. Lateral linking. De laatste kraal aan het kralensnoer. Eureka.
Per saldo dus een nuttig hulpmiddel en een goed idee.

Edwin Kisman

Lees ook de volgende columns

Ideeën fabriek of brainstorm moment
9 maart 2015

De waarde van het “alleen zijn”, in afzondering op Bali
7 sep 2017

Weerstand tegen verandering. Wat doe je er tegen?
5 november 2019

Mijn ideale (non-fictie) boek

Gepubliceerd op

Boeken kopen is leuk. Dikke boeken kopen ook. Alleen het lezen! Dat wil nog wel eens tegenvallen. Het verhaal van een goede, dikke roman houdt je vast, trekt je voort, van begin tot eind. Maar non-fictie? Dat kost soms moeite. Wat is mijn ideale boek?

Dikke boeken
Oké, ze staan goed in je boekenkast. Ogen imposant. Ik noem er een paar: In Europa (Mak), Gödel, Escher, Bach (Hofstadter), Steve Jobs, biografie (Isaacson), Capital in the Twenty-First Century (Piketty), Revolusi (Van Reybrouck), Westerling’s Oorlog (de Moor) en Soekarno (Giebels). Tussen de 1200 en 600 pagina’s. Zoals gezegd, ze tonen!

Lezen in stroop
Maar het lezen? Al vanaf het begin, loop je  tegen een helling op die steeds steiler wordt. Papiertje ertussen, waar je gebleven bent. Je mag trouwens ook, na het lezen van de inhoudsopgave, naar het hoofdstuk springen dat je interesseert, maar dan verlies je soms het verband uit het oog.

Hoe sneller?
‘n Andere aanpak proberen, ‘speed reading’. Of ‘photo reading’ ooit eens geleerd van de onlangs overleden Inga Teekens. Flaptekst lezen, inhoudsopgave doornemen, voorwoord en dan snel bladeren door het hele boek, per spread van twee pagina’s. Af en toe wat oppikkend, een indruk krijgen van de inhoud, het onderwerp, de “boodschap”.

Niet meer vergeten
Klaar voor een nieuwe ronde, wat rustiger, maar toch met grote stappen. Gebieden selecteren die me interesseren. In de derde ronde er induiken. En, als ik de tijd ervoor kan nemen, een mindmap ervan maken. Dan vergeet ik dit boek in ieder geval nooit meer.

Nog sneller
Ik geloof best dat het sneller kan dan waartoe ik in staat ben, maar ik heb nooit begrepen hoe John Kennedy in één oogopslag twee naastliggende pagina’s kon lezen en de inhoud ervan in zich kon opnemen. Begrijp ook niet hoe Warren Buffet dat doet, per dag 500 pagina’s lezen.

De oorzaak: informatiedruk
’t Voorgaande heeft te maken met het fenomeen “Information Anxiety”, dat Saul Wurman noemt in zijn gelijknamige boek. Hij beschreef de informatie ’tsunamie’ die ons aan het verzwelgen was en die daarna nog exponentieel in kracht toegenomen is. Hij illustreert dat in zijn boek met de opmerking (1989) “A weekday edition of The New York Times contains more information than the average person was likely to come across in a lifetime in seventeenth-century England”.

Hoe dan?
Hij biedt diverse handreikingen aan de lezers van zijn boek om zo goed mogelijk kennis te nemen van de inhoud. Het boek bevat een inhoudsopgave van 21 pagina’s. Hierin is elk (sub)hoofdstuk voorzien van een samenvattende toelichting. Je kan overal in het boek beginnen, verder lezen of terug lezen. Optimale toegankelijkheid.

Mijn ideale nonfictie boek.
Nu kan niet ieder boek ingericht worden zoals dat van Wurman, maar er is een tussenoplossing. Het belangrijkste onderdeel van mijn ideale nonfictie boek zou een samenvatting moeten zijn van zo’n 5 % van de totale omvang. Vergelijk het met een ‘executive summary’ van een rapport dat in twee pagina’s de essentie van het rapport samenvat. Wil je de onderbouwing lezen dan vindt je die in het rapport.

Verkorte versie
Die samenvatting zou ook apart verkrijgbaar moeten zijn. Daar zijn al voorbeelden van, zoals ‘De kleine Piketty’ en ‘De Kleine Marx’. In plaats te beginnen met de ‘complete and unabridged version’, neem je een aanloop via de samengevatte versie. Bijvoorbeeld 60 pagina’s “In Europa” van Geert Mak (1223 pagina’s).

Abstract diensten
Daarnaast heb je uitgevers die zich op nog kortere versies van originele boeken hebben geworpen zoals Blinkist en GetAbstract. Het is een snelle manier om op de hoogte te raken van het gedachtengoed van een auteur. Smaakmakers die je kunnen verleiden tot het aanschaffen en diepgaand lezen van het (dikke) boek. Moderne hulpmiddelen die je ook kunnen helpen bij het exploreren van een onderwerp zijn natuurlijk podcasts en YouTube.

Scroll book
Een nieuw initiatief, dat er met name op gericht is jongeren tot lezen te brengen, is Scrollbook. Paul Stam schreef er over in de Volkskrant van 25 maart: “ Ons leesgedrag verandert in een razend tempo: alles moet tegenwoordig kort en bondig zijn. Scannen en wegswipen. Onderzoek toont aan dat elke generatie minder boeken leest dan de voorgaande. Tieners zijn tussen 2013 en 2018 bijna 40 procent minder gaan lezen”. En de bedenker Joop Akerboom lichtte toe: “Met interactie en animaties wordt een klein commitment gecreëerd, van vijf à tien minuten, in een filmische stijl. Daarna ben je meer geneigd om een ‘groter commitment’ aan te gaan en verder te lezen“.

Een goed initiatief voor de ontlezende  generatie.
Zo erg is het met mij ook weer niet.

Edwin Kisman

Links naar gerelateerde columns

Boeken lezen! Om wijzer en succesvoller te worden. Maar hoe als je weinig tijd hebt?
22 aug 2017

Piketty en Marx voor dummies (update)
4 okt 2017

Boeken fileren kan ook nog
28 okt 2016

Genoeg van het nieuws
17 mrt 2017

Minimum Information Units zijn genoeg. Artikelen kunnen korter.
10 oktober 2019

Postcorona: wordt thuis werken het nieuwe normaal?

Gepubliceerd op

Als de situatie weer normaal wordt, postcorona, waar gaan we dan werken? ‘Oldskool’ op kantoor of ‘Newskool’, thuis of op andere lokaties? Dat hangt er van af om wie het gaat. Wie de keuzevrijheid heeft, wie niet. Wie wil, wie niet.

Postcorona?
Wanneer zal dat overigens zijn, postcorona: 28 april, 19 mei, 19 juni, 19 juli? Je weet het maar nooit met dit ‘roller coaster’ beleid, met minkukels aan de knoppen, de neurotische risico-inschatting van ‘His Masters Voice’ (RIVM), het falend logistiek management (had het leger ingezet), het ontbrekend gevoel voor urgentie (‘First Things First’) en het ontnemen van eigen verantwoordelijkheid (GGD Noord Limburg, Burgemeesters grote steden). Enfin, we zien wel wanneer het gestrande schip weer vlot getrokken wordt.

Het thuiscohort
Als het eenmaal zover is komt de vraag: blijven we thuis werken of niet? En wie hebben die luxe van een keuze?
De kantoorwerkers: administrateurs, schrijvers, ontwerpers, boekhouders, planners, denkers, tekenaars, cartoonisten, uitgevers, bladenmakers, CEO’s, managers en zo nog wat.

Voor wie het blijft zoals het was?
En wie kunnen niet kiezen?
De handwerkers: lopendeband werkers, chauffeurs, thuisbezorgers, havenarbeiders, stratenmakers, koks, obers, bartenders, zorgpersoneel, schoonmakers, boeren, tuinders, vissers, aannemers, timmerlieden, metselaars, electriciens en ‘last but not least’ de (ongewild) werklozen.

Het nieuwe normaal
De verwachting is dat een deel van het thuiscohort blijft hangen in de corona modus, wat zij beschouwen als het nieuwe normaal. Thuiswerken, in ieder geval buiten kantoor, heeft immers veel voordelen. Het scheelt veel overlegtijd, reistijd en -kosten. Vergaderingen zijn korter. Het nadeel van minder sociaal contact verdriet vooral de extraverten.

Productiviteit
Van de zijde van werkgevers zijn er bedenkingen tegen het thuiswerken. Een ‘systeem 1’ weerstand. De productiviteit van thuiswerkers zou lager liggen. En, voor sommige managers, geldt “We hebben geen controle over ze”. Duidelijk een kwestie van vertrouwen en daarmee samenhangend de verantwoordelijkheid die een werknemer wel of niet heeft gekregen. Dat hangt af van de bedrijfscultuur.

Hogere productiviteit
Die productiviteit is niet persé lager. Japke Bouma schrijft in de NRC van 23 maart 2021 over een grootschalige enquête: “…waarvan de resultaten vorige week bekend werden, om precies te zijn. Uitgevoerd in de periode april-december 2020, onder ruim veertigduizend kantoorwerkers van onder meer de rijksoverheid, door het Center for People and Buildings, de TU Delft en de TU Eindhoven. Daaruit blijkt dat een meerderheid (55 procent) van de thuiswerkers de eigen productiviteit met een vol punt meer waardeert (een 7,7) dan in de periode vóór corona. 70 procent van de thuiswerkers vindt bovendien dat ze zich thuis een stuk beter kunnen concentreren dan op kantoor. Slechts een derde meldde dat het gezamenlijke werk met collega’s lijdt onder thuiswerken. Met andere woorden: het werkt een stuk lekkerder met je manager op afstand”.

Of toch lager?
Een commentaar van de FIPP (International Federation of Periodical Publishers) op de gewijzigde werkomstandigheden, tevens een pleidooi voor een hybride situatie stelt het volgende.
“The first is the shift away from Monday to Friday, 40-hour working weeks towards a flexible office model, with employees working from home 100 per cent of the time in many cases. While this change has many upsides, productivity of home workers is down 40 per cent, and publishers shouldn’t rush to do away with their offices altogether. “The office won’t disappear,” said Señor. “Some journalism just cannot be done from home. Meeting sources, going to events, door-stepping politicians: this is what creates journalism worth paying for.” A hybrid model therefore seems the most likely and desirable arrangement for the future”.

Hybride situatie
Wat zijn de gevolgen voor kantoren? Ook in de hybride praktijk kunnen veel kantoren verkleind of zelfs ontmanteld worden. Er kan een andere bestemming aan worden gegeven: woningen, ‘workspaces’ (neutrale compartimenten in gebouwen) voor zzp’ers en voor in de buurt wonende werknemers.

Wie wil thuis werken?
Veel hangt af van de thuissituatie voor wie wil thuiswerken. Een kleine ruimte, op driehoog achter, drie spetterende kinderen die niet naar school mogen en les moeten hebben? Een slechte relatie? Liever om acht uur ’s ochtends al het huis uit?
Zijn de omstandigheden echter wel goed en heb je bijvoorbeeld een goed ingericht tuinhuisje (Roald Dahl) met supersnel internet, dan is het duidelijk: thuiswerken is favoriet. Dat geldt vooral voor de introverten. Eén dag naar kantoor is ruim voldoende om bij de koffiemachine met je collega’s bij te praten. Voor extraverten ligt die verhouding net andersom.

Andere optie: digitale nomaden
Een andere optie is het zwervend werken, gefaciliteerd door het wereldwijde digitale netwerk (www). Het heeft niet het voordeel van lagere kosten, maar wordt gecompenseerd door een hoge mate van welbevinden (‘well being’).Dankzij de zelfgekozen, stimulerende en creatieve omgeving. Een cocon waarin een ultieme concentratie bereikbaar is. Goed voor denkers, schrijvers, tekenaars, mindmappers. Werken, zwervend langs tropische oorden of in een camper, gewoon in Nederland. Wow.

Creatieve werkplekken
In zijn boek “Dagelijkse Rituelen” beschrijft Mason Curry  de gewoontes en werkplekken van een groot aantal schrijvers. Zoals:
Agatha Christie
“Het enige wat ik nodig had was een stevige tafel en een typemachine. Een wastafel met een marmeren blad in de slaapkamer was een goede plek om te schrijven; de eettafel als er niet gegeten werd, was ook geschikt.
Graham Greene
Om de afleiding thuis te ontvluchten, huurde Greene een privéwerkkamer op een geheim adres en met een telefoonnummer dat alleen zijn vrouw kende.
Martin Amis
Amis reed met zijn auto naar een eigen kantoor op zo’n anderhalve kilometer van zijn Londense appartement
Maya Angelou
“Ik heb een hotelkamer waar ik schrijf – een kleine spartaanse kamer met alleen een bed, en soms, als ik geluk heb, met een fonteintje “.

Aleen het klotsen van de golfjes

Per saldo: thuiswerken of niet?
Ongetwijfeld wordt het nieuwe normaal voor ‘kantoorwerkers’ anders. De situatie zal nog even schommelen, maar zich op een gegeven moment stabiliseren. Het zal een hybride situatie worden: 30-40% op kantoor, de rest van de werktijd elders, thuis of in een ‘workspace’ ergens anders.
Vergeet echter niet de ‘vleugellamme’ managers die met een wanhopige charme-manipulatie, Mary Howitt citerend, zullen proberen hun ondergeschikten ‘binnen boord’ te houden en hen zullen mailen ‘Will you walk into my parlour?’, zoals de spin riep tegen de vlieg.

Uiteindelijk zal het een ‘macro-meso-micro’ afweging worden van de vóór- en nadelen.

Edwin Kisman

Kijk op YouTube

“The Spider and the Fly” by Mary Howitt (read by Tom O’Bedlam)

Thuiswerken in het pre-internet tijdperk 1986 Koot en Bie  

Lees ook gerelateerde columns

Huisarrest: buffelen of lummelen. Hard werken of niksen?
22 apr 2020

Hoe de senangity daalt tijdens de ‘lockdown’
29 april 2020

De werkplek, een veilige en inspirerende cocon
28 sep 2017

Alleen zijn, ten uitvoer gebracht
8 dec 2017

Mobiel werken: de moderne nomade
13 apr 2015

Mobiel schrijven in Indonesië
13 dec 2017