Kabinetsformatie: waar blijft dat nieuwe leiderschap?

Gepubliceerd op

Waar blijft die nieuwe leider die ons een halfjaar geleden werd voorgespiegeld? Dat stuurmens die Nederland door de golven moest leiden. Die leider van een pro-actief kabinet, dat een geoliede overheid moest aansturen, vrij van de vele missers van de laatste tijd. Die leider waarover ik op 17 maart schreef in mijn column: ”Kaag: tijd voor nieuw leiderschap. Wat is dat?”. Een antwoord daarop heb ik niet gekregen. Ik kan het ook niet zien in het gemodder bij de kabinetsformatie, of liever gezegd in de poging tot kabinetsformatie. Iedereen draait om de ander heen, de eigen belangen krampachtig tegen de borst geklemd. Waar blijft de nieuwe leider die zegt: ”Kom op laten we voeten”. Zoals je dat vroeger deed bij het kiezen van een voetbalteam, op het veldje achter de school. Voetje voor voetje naar elkaar toe, naar een keuze toe. Zo gefikst. Nee, een minderheidskabinet? Dat moeten we nog zien. ‘Seeing is believing’.

Leiders geboren of opgeleid?
Is leiderschap aan te leren? Of word je geboren als leider. Te oordelen naar de vele opleidingsinstituten die zich er mee bezig houden is leiderschap te leren. Dat geloofde ik ook. In de tijd dat ik bij de Van Deventer Maas Stichting zat heb ik een aantal leiderschapstrainingen opgezet voor afgestudeerde Indonesische jongeren.

Van Deventer Maas Stichting
De Van Deventer Maas Stichting (VDMS) is een particuliere stichting. Een NGO met een eigen vermogen waarvan de fundamenten in 1913 werden gelegd door Coen van Deventer een gefortuneerde, maar maatschappelijk betrokken, advocaat die een tijdlang in Semarang werkte. Hij demonstreerde die betrokkenheid al in 1899 door de publikatie in de Gids, van zijn beroemde artikel “Een Eereschuld” waarin hij voorrekende wat Nederland aan Nederlands Indië onttrok ten behoeve van dekking van de Nederlandse begrotingstekorten. In plaats van het geld te gebruiken voor de ontwikkeling van het overzeese gebiedsdeel (infrastructuur, haven van Soerabaja etc).

Rampspoed
Terzijde. Het economisch belang van het wingewest werd nog eens benadrukt door  J.Tinbergen (Nobelprijswinnaar!) en J.B.D. Derksen in hun rapport “Berekeningen, over de economische betekenis van Nederlandsch-Indië voor Nederland“. (1941). Dat werkte door na de oorlog. Het gevleugelde commentaar was toen:”Indië verloren, rampspoed geboren” wat naar het schijnt (mede) de aanzet was tot de Politionele Acties in 1947-1949. Een economische oorlog dus.

Eigen middelen
De VDMS financiert uit eigen vermogen het faciliteren van onderwijs in Indonesië. De stichting verstrekt beurzen, financiert scholingsprojecten zoals de ‘upgrading’ van docenten van scholen en ‘business’- en leiderschapstrainingen voor afgestudeerden. Doel: Indonesische jongeren, met name minder bedeelden, “mandiri” te maken, dat wil zeggen, zelfstandig.

Leiderschapstraining
Een van dat soort projecten zijn de leiderschapstrainingen. Daarmee werd in 2006 begonnen. De mooiste van de elf die ik heb meegemaakt was die in Puntondo in 2009. Een open terrein aan een wit strand 50 km ten zuiden van Makassar. Ver van de drukke gehaaste wereld. Een trainingscentrum in een idyllische omgeving. Houten gebouwen met rieten daken. Open vergaderzaal, restaurant, slaapkamers op palen, alle met elkaar verbonden door houten loopbruggen.Een ideale ‘umfeld’ voor een intensieve training.

l’Amour est un oiseau rebelle
Nooit zal ik de plek van die training vergeten. Stille ochtenden, zonsopkomst, rust voor het begin van de training. In de bomen rondom zingende vogels. Maar wat zongen ze, in eindeloze herhaling? De eerste strofen van de Habanera uit Carmen van Bizet: ‘L’amour est un oiseau rebelle’. Hoe kwamen ze daar aan? Hoe was dat te verklaren, als ik dat al wilde. Soms een geval van ‘morfische resonantie’ uit de ‘morfogenetische veldentheorie‘ van Rupert Sheldrake? Misschien, maar eigenlijk wilde ik dat niet weten. Ik nam het zoals het was en luisterde betoverd.

De training
Voor die zeven dagen durende leiderschapstraining in 2009 onder de titel ‘Creating Leaders for a Sustainable Society’ had ik een dagboek geschreven ‘Diary of a Leader’ met voor elke dag een motto, een suggestie aan de toekomstige leiders onder mijn gehoor. Zeven waarden. Zeven aanbevelingen voor een actief, kritisch en democratisch leiderschap.

 

DIARY OF A LEADER
Seven Inspiring Days
FRIDAY – HAVE A GOAL
SATURDAY – BE PROACTIVE
SUNDAY – TAKE ACTION, TAKE RISKS
MONDAY – BE CRITICAL
TUESDAY – BE CREATIVE
WEDNESDAY – BE DEMOCRATIC
THURSDAY – SHARE YOUR POWER

Vergroot bijgaande illustratie door er op te klikken

 

 

 

 

 

De Kabinetsformatie uit het slob?
Een advies aan de rollebollende partijen in het formatieproces? Het motto van de Zondag en ook dat van de woensdag? Op dit moment de meest effectieve?

Edwin Kisman

Verder lezen

Columns

”Kaag: tijd voor nieuw leiderschap. Wat is dat?

“Waarom gaat er zoveel mis bij de overheid en gaat ‘t in het bedrijfsleven meestal goed?”

YouTube

Habanera Carmen “L’amour est un oiseau rebelle” 

Wiki
Coen van Deventer

Boek
Een aanrader

Klein boek over leiderschap, Henk van ’t Klooster – uitgeverij Thema (Schouten & Nelissen)

Brainstormen in een groep, (g)een goed idee?

Gepubliceerd op


Wie heeft niet eens meegedaan aan een brainstorm ? Waarbij een werveling van gedachten tot nieuwe ideeën leidde en vandaar naar verbeteringen, nieuwe produkten, innovaties. Brainstormen, een prima idee, of toch niet?

Volgens Carsten de Dreu, niet altijd. Althans niet in een groep. “Samen brainstormen: zelden een goed idee”, stelt hij uitdagend in zijn boek “Creativiteit krijg je niet voor niks. Over de psychologie van creativiteit in wetenschap en werk” De Dreu is hoogleraar sociale en organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden en hoogleraar gedragseconomie aan de Universiteit van Amsterdam.

Geen goed idee
Waarom is volgens hem samen brainstormen geen goed idee? Drie argumenten. Deelnemers aan een groepssessie kunnen zich inhouden omdat ze bang zijn af te gaan. Een onveilige situatie die de moderator te allen tijde kan en moet voorkomen. Ten tweede kunnen deelnemers zich inhouden omdat ze bang zijn dat anderen er met hun idee vandoor gaan. Zonde van de inspanning. Een behoorlijk egoïstische instelling. Ten derde, als je moet wachten op het spuien van een idee van een ander, kan je intussen niet je eigen idee naar voren brengen. De Dreu noemt dat coördinatieverlies.

Het boek van Carsten de Dreu

Solitaire brainstorm productiever
Per saldo, concludeert hij, dat het solitair brainstormen productiever is dan de groepsbrainstorm. Uiteraard door onderzoek onderbouwd. Dat zou kunnen, maar alle drie argumenten kunnen worden ondervangen door een wat slimmer inrichten van de groepsbrainstorm. Angst, egoïsme en wachten kunnen worden ondervangen. Voor dat wachten draagt hij zelf een oplossing aan: ‘elektronisch brainstormen’. Best geavanceerd voor de tijd waarin het boek werd geschreven (2016). En dat egoïsme heeft ook een andere kant. De neiging om te denken dat leuke ideeën van anderen door henzelf zijn bedacht. Vooral narcisten hebben dat.
Of toch groepsbijeenkomst?
Toch voert hij ook argumenten aan van andere onderzoekers (Sutton en Hargadon) ten voordele van een groepsbrainstorm: het genereert sociale steun voor innovatieve oplossingen en het bevordert een op de inhoud gerichte ‘mindset’.

Alleen of samen brainstormen

Draagvlak
Dit nu juist is het sterke punt van een groepsbrainstorm, die je ook lateraal overleg zou kunnen noemen. Dat weet ik uit eigen ervaring bij veel procesverbeteringen binnen uitgeverijen, van bijvoorbeeld redactie-, verkoop- en marketingprocessen. Met het gezamenlijk bespreken en creatief oplossen van problemen en knelpunten in een proces door vertegenwoordigers uit de hele “proceskolom” creeër je draagvlak voor de uitvoering van de verbeteringen. Daarmee kan je de implementatie inweken, incuberen. Dat maakt de groepsbrainstorm weer productiever dan solitaire brainstorms.

Voorbereiding
Je kan overigens een groepsbijeenkomst vooraf laten gaan door een solitaire brainstorm, waarna de deelnemers hun ideeën inbrengen om die de kans te geven verder associatief te groeien, gedragen door de ideeën van anderen, naar een uiteindelijke oplossing. Lateral linking. De laatste kraal aan het kralensnoer. Eureka.
Per saldo dus een nuttig hulpmiddel en een goed idee.

Edwin Kisman

Lees ook de volgende columns

Ideeën fabriek of brainstorm moment
9 maart 2015

De waarde van het “alleen zijn”, in afzondering op Bali
7 sep 2017

Weerstand tegen verandering. Wat doe je er tegen?
5 november 2019

Mijn ideale (non-fictie) boek

Gepubliceerd op

Boeken kopen is leuk. Dikke boeken kopen ook. Alleen het lezen! Dat wil nog wel eens tegenvallen. Het verhaal van een goede, dikke roman houdt je vast, trekt je voort, van begin tot eind. Maar non-fictie? Dat kost soms moeite. Wat is mijn ideale boek?

Dikke boeken
Oké, ze staan goed in je boekenkast. Ogen imposant. Ik noem er een paar: In Europa (Mak), Gödel, Escher, Bach (Hofstadter), Steve Jobs, biografie (Isaacson), Capital in the Twenty-First Century (Piketty), Revolusi (Van Reybrouck), Westerling’s Oorlog (de Moor) en Soekarno (Giebels). Tussen de 1200 en 600 pagina’s. Zoals gezegd, ze tonen!

Lezen in stroop
Maar het lezen? Al vanaf het begin, loop je  tegen een helling op die steeds steiler wordt. Papiertje ertussen, waar je gebleven bent. Je mag trouwens ook, na het lezen van de inhoudsopgave, naar het hoofdstuk springen dat je interesseert, maar dan verlies je soms het verband uit het oog.

Hoe sneller?
‘n Andere aanpak proberen, ‘speed reading’. Of ‘photo reading’ ooit eens geleerd van de onlangs overleden Inga Teekens. Flaptekst lezen, inhoudsopgave doornemen, voorwoord en dan snel bladeren door het hele boek, per spread van twee pagina’s. Af en toe wat oppikkend, een indruk krijgen van de inhoud, het onderwerp, de “boodschap”.

Niet meer vergeten
Klaar voor een nieuwe ronde, wat rustiger, maar toch met grote stappen. Gebieden selecteren die me interesseren. In de derde ronde er induiken. En, als ik de tijd ervoor kan nemen, een mindmap ervan maken. Dan vergeet ik dit boek in ieder geval nooit meer.

Nog sneller
Ik geloof best dat het sneller kan dan waartoe ik in staat ben, maar ik heb nooit begrepen hoe John Kennedy in één oogopslag twee naastliggende pagina’s kon lezen en de inhoud ervan in zich kon opnemen. Begrijp ook niet hoe Warren Buffet dat doet, per dag 500 pagina’s lezen.

De oorzaak: informatiedruk
’t Voorgaande heeft te maken met het fenomeen “Information Anxiety”, dat Saul Wurman noemt in zijn gelijknamige boek. Hij beschreef de informatie ’tsunamie’ die ons aan het verzwelgen was en die daarna nog exponentieel in kracht toegenomen is. Hij illustreert dat in zijn boek met de opmerking (1989) “A weekday edition of The New York Times contains more information than the average person was likely to come across in a lifetime in seventeenth-century England”.

Hoe dan?
Hij biedt diverse handreikingen aan de lezers van zijn boek om zo goed mogelijk kennis te nemen van de inhoud. Het boek bevat een inhoudsopgave van 21 pagina’s. Hierin is elk (sub)hoofdstuk voorzien van een samenvattende toelichting. Je kan overal in het boek beginnen, verder lezen of terug lezen. Optimale toegankelijkheid.

Mijn ideale nonfictie boek.
Nu kan niet ieder boek ingericht worden zoals dat van Wurman, maar er is een tussenoplossing. Het belangrijkste onderdeel van mijn ideale nonfictie boek zou een samenvatting moeten zijn van zo’n 5 % van de totale omvang. Vergelijk het met een ‘executive summary’ van een rapport dat in twee pagina’s de essentie van het rapport samenvat. Wil je de onderbouwing lezen dan vindt je die in het rapport.

Verkorte versie
Die samenvatting zou ook apart verkrijgbaar moeten zijn. Daar zijn al voorbeelden van, zoals ‘De kleine Piketty’ en ‘De Kleine Marx’. In plaats te beginnen met de ‘complete and unabridged version’, neem je een aanloop via de samengevatte versie. Bijvoorbeeld 60 pagina’s “In Europa” van Geert Mak (1223 pagina’s).

Abstract diensten
Daarnaast heb je uitgevers die zich op nog kortere versies van originele boeken hebben geworpen zoals Blinkist en GetAbstract. Het is een snelle manier om op de hoogte te raken van het gedachtengoed van een auteur. Smaakmakers die je kunnen verleiden tot het aanschaffen en diepgaand lezen van het (dikke) boek. Moderne hulpmiddelen die je ook kunnen helpen bij het exploreren van een onderwerp zijn natuurlijk podcasts en YouTube.

Scroll book
Een nieuw initiatief, dat er met name op gericht is jongeren tot lezen te brengen, is Scrollbook. Paul Stam schreef er over in de Volkskrant van 25 maart: “ Ons leesgedrag verandert in een razend tempo: alles moet tegenwoordig kort en bondig zijn. Scannen en wegswipen. Onderzoek toont aan dat elke generatie minder boeken leest dan de voorgaande. Tieners zijn tussen 2013 en 2018 bijna 40 procent minder gaan lezen”. En de bedenker Joop Akerboom lichtte toe: “Met interactie en animaties wordt een klein commitment gecreëerd, van vijf à tien minuten, in een filmische stijl. Daarna ben je meer geneigd om een ‘groter commitment’ aan te gaan en verder te lezen“.

Een goed initiatief voor de ontlezende  generatie.
Zo erg is het met mij ook weer niet.

Edwin Kisman

Links naar gerelateerde columns

Boeken lezen! Om wijzer en succesvoller te worden. Maar hoe als je weinig tijd hebt?
22 aug 2017

Piketty en Marx voor dummies (update)
4 okt 2017

Boeken fileren kan ook nog
28 okt 2016

Genoeg van het nieuws
17 mrt 2017

Minimum Information Units zijn genoeg. Artikelen kunnen korter.
10 oktober 2019