“Ik weet waar je woont, ik kom naar je toe en ga je vermoorden”
“Je moeder had je moeten doorslikken”
Twee haatberichten, ontvangen door een fractievoorzitter in Winterswijk. En zo zijn er veel meer voorbeelden. Gepost op social media, dehaatkoeriers.
Een Volkskrant onderzoek naar X in de week voor de Tweede Kamerverkiezingen 2025 vond in 80.000 berichten aan politici 122 expliciete bedreigingen, 150 gevallen van opruiing en 428 gevallen van haatzaaien.
Een politiek onwelgevallig standpunt? Dat kan rekenen op haat en bagger. Via de virale snelweg. Van kwade burgers en politieke tegenstanders. Wat kandidaten huiverig maakt voor een carrière in de politiek. Moeten we dat willen?
Zijn haatkoeriers te temmen? Of de opstellers van die berichten, de haatdragers? De echte oorzaak.
Haatzaaien
Haatzaaien is niet alleen van deze tijd. Het rampjaar 1672. Holland werd van vier kanten aangevallen. Paniek en woede. De gebroeders de Witt werden verantwoordelijk gesteld voor de slechte staat van het land. Door het volk en door de Orangisten. Met een pamflettenoorlog werd de meute opgestookt. Johan en Cornelis de Witt werden op 20 augustus op gruwelijke wijze gelyncht. Ze werden uit de Gevangenpoort gesleurd, gemarteld en gedood. Daarna werden ze aan hun voeten opgehangen op het Groene Zoodje in Den Haag.
Pamfletten waren hier de haatkoeriers.
Mobiele geruchten
Ruim tweeënhalve eeuw later, juni 2018. Muzikant Nilotpal Das en ondernemer Abhijeet Nath werden, onderweg, in de deelstaat Assam (India) aangevallen door dorpsbewoners. Er waren geruchten in de regio dat er kinderdieven actief waren. Verspreid via telefoon, WhatsApp en ook andere kanalen. Ze zeggen ”Wij zijn gewoon reizigers”. Er wordt niet geluisterd. Het wordt niet gehoord. Ze worden gelyncht.
Hier waren het mobiel netwerk en WhatsApp de haatkoeriers.
Bedenk echter dat de koerier slechts het pakje bezorgt. Wat er in zit, daar hebben de haatdragers voor gezorgd.
Viraal: als de verspreiding als een virus
Met sociale media kan vrijwel iedereen producent én verspreider zijn.
Sociale media zijn koeriers van geruchten en complottheorieën. Soms in besloten ‘communities’. Met een hogere snelheid en lagere kosten dan pamfletten. ‘Posts’ kunnen binnen enkele minuten mondiale verspreiding krijgen.
Bovendien krijgen ‘posts’ die woede, angst of verontwaardiging oproepen meer aandacht en worden breder verspreid. Een beloning voor de hysterische toon.
Wat kunnen we eraan doen?
Ik heb die ellende niet zo meegemaakt. Had aanvankelijk twee accounts, maar heb die geblokkeerd. Zag die virale borrelpraat niet zo zitten. De hele tijd laten zien waar je mee bezig bent. ‘Looksmaxxing’, ‘no way’.
En verder?
Telefoons blokkeren? Social media uit de lucht halen? Lukt niet.
Bovendien zijn social media een Janus met twee gezichten. Enerzijds haatkoeriers, anderzijds een snelweg voor hulpdiensten.
Ik dacht even aan een generieke maatregel. De anonimiteit opheffen. Door zichtbaarheid de drempel verhogen? Maar nee. Daar zijn de geleerden het niet mee eens. Dat tast de “pseudonimiteit” aan van klokkenluiders, activisten, slachtoffers van geweld en journalisten.
Wat dan?
Een alternatief. Algoritmen met haatdragende content actief ‘downranken’. Lager op de ‘feed’ zetten. Of de virale deelmogelijkheden daarvan beperken. Zoals minder zichtbaarheid in ‘trending’ lijsten. Taken voor de ‘platforms‘.
Of, het bieden van ‘tools’ voor gebruikers om haat in hun eigen ‘feeds’ te filteren.
Onderzoek laat zien dat zo’n ‘nuanced approach’ niet alleen polarisatie reduceert, maar ook het algemene welbevinden van gebruikers vergroot.
Betere mensen
Of, wat dacht je van, de mens veranderen, verbeteren?
Ja, laten we daar met z’n allen tegenaan gaan. En laten we vooral onszelf daarbij succes toewensen. Want bij dat gevecht tegen windmolens zullen we dat nodig hebben.
En misschien kunnen we daarbij ook het advies van Maxim Februari (NRC 8 juli) volgen.
Hij schreef “ …je voorkomt het alleen door jonge mensen ervan te doordringen dat ze vanzelf al iemand zijn.”.
Edwin Kisman
Deel deze column




