Genieten
We zitten ’s ochtends onder een boom op het strand. Ja, daar groeien nog bomen vlak aan zee. Een espresso, een dubbele, en een cappuccino. Koekje erbij. Stralende zon, een zwoel zeewindje. Een boek, af en toe een praatje.
We zitten daar en genieten. Tegen twaalven stappen we op. Schuiven naar ons favoriete restaurant. Ook aan het strand. We bestellen een ‘crisp’ gebakken vis. Koele bir Bintang erbij. Zorgeloos genieten. “Il dolce far niente”. De zoetheid van het nietsdoen.
Niksen
Ik zit thuis in de serre. Glas van vloer tot het plafond. Kijk uit over de steiger naar het water. Een koppel ganzen glijdt langzaam voorbij. Straalt rust uit. Aan de overkant staat een reiger. Tot z’n enkels in het water. Wacht roerloos op de vissen die hun dood tegemoet zwemmen. Het is windstil. De storm in mijn hoofd is ook geluwd. Ik zit te niksen. Ongevraagd sluipen gedachten binnen.

“Nietsdoen” is anders dan “niets-doen”
Een vakantie is vaak nietsdoen (“niente”). Rustig, in stilte, je espresso drinken. Niet in een lange rij voor een museum wachten. In de zon. Een bezienswaardigheid. Moet je geweest zijn. Massatoerisme.

Niksen is niets-doen. Uit het raam staren. Gedachten op nul. Je hoofd leegmaken. Je openstellen voor nieuwe ideeën. Hopen dat die komen. Het is ‘reculer pour mieux sauter’.
Het verschil? Nietsdoen heeft geen doel en geen ‘collateral advantage’. Daarbij gaat het uitsluitend om genieten. Niksen beoogt een verhoging van creativiteit en productiviteit. Dat hebben we dus nuttig weten te maken.
Schuldgevoel
Bij niksen kan soms schuldgevoel opkomen. Je bent bang voor de reactie van je omgeving. Ondanks dat je de voordelen kent. Maar je omgeving, weet die veel.
Ze zien je zitten, in je stoel. Benen op je bureau, naar buiten starend. Zeggen:
“Hé Edwin, heb je niets te doen? Heb je je stuk al af? Moet je ‘t vanmiddag inleveren?”
“Ik moet even nadenken. Writer’s block”.
“Ja, ja. Kan wel wezen. Ga dan in ieder geval achter je laptop zitten. Zal je zien, dan komt het vanzelf”.
Koester ledigheid, niksen en nietsdoen
Rust nemen is belangrijk in onze opgejaagde maatschappij. In de alles overheersende ‘rat race’. Daar werd vroeger anders over gedacht. “Ledigheid is des duivels oorkussen” was een mening die in een groot deel van de vorige eeuw het arbeidsethos bepaalde.
De filosoof Kierkegaard was ‘t daarmee niet eens. Hij zei: ”Ledigheid heeft niets met een duivels oorkussen te maken, het is eerder een goddelijke situatie”.
En ook Max Dendermonde waarschuwde in zijn boek “De wereld gaat aan vlijt ten onder” in 1954 al: “Als mensen blijven handelen alsof vlijt, techniek en productiviteit het hoogste doel zijn, dan gaat de wereld daar juist aan ten onder”.
Daarom, koester “Il dolce far niente”.
Onder die boom, aan het strand.
Edwin Kisman
Wat vond u van deze column?
Heeft u tips of suggesties naar aanleiding van mijn columns?
Mail dan naar: reacties@invalshoek.org


