De organisatie van het auteursrecht

Gepubliceerd op

auteursrechtorganisatiesEen tijdje terug stuitte ik in een artikel op de naam ‘Lira’. Lira? De naam kende ik uit het verleden, maar ik kon het niet meer goed plaatsen. Had het met leesbevordering te maken of zou ik het in de hoek van het auteursrecht moeten zoeken? Google bracht uitsluitsel: Lira heet voluit: Stichting Literaire Rechten Auteurs. Het is de auteursrechtorganisatie voor schrijvers en vertalers in de ruime zin van deze woorden. Lira zorgt ervoor dat zij vergoedingen ontvangen voor het (her)gebruik van hun werk.
Vervolgens viel mijn oog op een op mijn bureau slingerende factuur van de Stichting Reprorecht; die moet ik nodig eens opbergen in de ordner waar de boekhouding in zit. In een periode van een paar minuten kwamen er twee auteursrechtorganisaties aan mij voorbij en ik realiseerde mij dat er nog veel meer ‘clubs’ bestaan op het gebied van het auteursrecht. Ik vroeg mij af of er een ‘allesomvattend’ overzicht zou bestaan van al die organisaties. Dat zou immers een handige tool kunnen zijn voor de lezers van dit blog.

Overzicht
Een e-mail aan het Nederlands Uitgeversverbond (verder: NUV) is bij dit soort vragen altijd een goede eerste stap. Per kerende mail kwam er een link naar de betreffende pagina op de NUV-website. Mooi zo, het NUV had kennelijk zijn ‘verantwoordelijkheid’ genomen. Bij nadere bestudering van het overzicht viel mij op dat een verdere indeling van alle gepresenteerde organisaties geen kwaad zou kunnen. Ook viel mij op dat niet alle genoemde organisaties evenveel met auteursrecht van doen hebben. Wat te denken van de Koninklijke Bibliotheek (verder: KB) in dit overzicht? Er zal zeker een verband zijn tussen de KB en het auteursrecht, daar twijfel ik niet aan, maar het gaat mij te ver om de KB een auteursrechtorganisatie te noemen. Gelukkig stonden de ‘pure’ auteursrechtorganisaties—voor welke auteursrecht de core business is— er ook tussen. Ik legde mijn voornemen het overzicht tot een afbeelding—een infographic—terug te brengen aan het NUV voor. Daarop werd positief gereageerd: het was geen probleem als ik de teksten van de website zou ‘kopiëren en plakken’ in mijn infographic. Het resultaat van die arbeid is een interactieve InDesign-document. Op de pagina ‘Winkel’ vindt u een gratis link naar het document.

Interactieve pdf
Leuk speelgoed zo’n interactief document. Al spelend bekroop mij echter het gevoel dat ik nog niet klaar ben. Auteursrecht kent veel meer facetten dan alleen het—allesomvattende?—overzicht. Het NUV wees mij er al op dat er onderscheid gemaakt zou kunnen worden tussen collectieve beheerorganisaties en incasso-organisaties. En over incasso gesproken: hoe zit het eigenlijk met de geldstromen? Hoe zorgt een kleine of grote uitgeverij, een auteur, een fotograaf of een componist ervoor dat hij zijn rechtmatig deel krijgt? Er is dus nog laken voor de schaar. Het interactieve document zal daarom ‘meegroeien’ met het naar verloop van tijd toenemend door- en inzicht. Voor dit moment hoop ik dat het interactieve document  ook u aan het denken zet.

Eric Ravestijn

Het interactieve document kan bekeken worden door onder de pagina ‘Winkel’ op de link te klikken in het artikel ‘Overzicht auteursrechtorganisaties’.

Geboren: de herinnering aan Henk Verwoert (1952-2015)

Gepubliceerd op

Henk_Verwoert‘De geboorte van een herinnering’, was het thema dat Henk Verwoert gaf aan zijn uitvaart op 20 juli jl. Na afloop beschuiten met muisjes—blauwe en roze.

Henk Verwoert had vele kwaliteiten. Het Nederlands Uitgeversverbond (NUV) en zijn rechtsvoorganger de NOTU deden nooit tevergeefs een beroep op zijn ‘bestuurskundigheid’. De toenmalige Afdeling/Groep Vaktijdschriften vond in hem een gedreven bestuurder—en later een voorzitter—die pal stond voor de belangen van de kleinere vaktijdschriftuitgeverij. Henk was daarnaast actief in vele commissies en besturen die het belang van ook andere soorten uitgeverijen dienen. Jarenlang was hij lid van de Distributiecommissie die, onder meer, overleg voert en onderhandelt met de aanbieders van postdiensten. Meer dan een decennium lang was hij een vaste waarde in de onderhandelingsdelegatie voor de CAO voor Vaktijdschriftjournalisten. Medebestuurders herinneren zich zijn beleidsmatige inbreng, zijn serieuze aanpak, zijn kennis van vergaderstukken èn zijn humor.

Henks hoogtijdagen in het uitgeefvak zijn onlosmakelijk verbonden met Uitgeverij Compres in Leiden waarvan hij directeur was. Alhoewel gepokt en gemazeld met papieren uitgeefproducten, was het zijn uitgeverij die als één van de eersten een web portal lanceerde: Graphic Hall. Henk was er trots op dat met zijn team gerealiseerd te hebben in een tijd waarin vele collega-uitgeverijen—ook de grotere—nog stoeiden met een eenvoudige website.

Eric Ravestijn
oud-secretaris Afdeling/Groep Vaktijdschriften

Klanten Sdu staan voor een gesloten loket

Gepubliceerd op

2015 Eric SBOWie over kennisintensieve onderwerpen schrijft—bijvoorbeeld het Nederlandse belastingstelsel—kent de feiten, de dwarsverbanden en zijpaadjes en weet waar de valkuilen liggen. Zonder die kennis is het niet mogelijk een serieuze aanbieder van content over zo’n onderwerp te zijn. Een aantal uitgeverijen is erin geslaagd een stap verder te gaan dan het aanleveren van content: zij bouwden een software-schil rond de content die zij leveren. Die uitgeverijen leveren content en software aan de afnemers/gebruikers van hun uitgeefproducten; ik gebruik hier het woord ‘afnemers’ omdat ‘lezers’ de lading niet meer dekt. Daarmee druk ik ook uit dat de relatie tussen de uitgever en de afnemer is veranderd. De software van de uitgever is—in het gunstigste geval—een onmisbaar gereedschap/een tool geworden in het primaire proces van de afnemer. Een hechtere band—met alle commerciële mogelijkheden van dien—is het gevolg. Uitgeverijen die handig omgaan met die hechtere band krijgen meer inzicht in de wensen van hun afnemers en kunnen met dat inzicht hun tools nog beter afstemmen op de behoeftes van de klanten. Er komt in dat zichzelf herhalend proces een moment waarop de afstemming van de software op de wensen van de klant commercieel interessanter wordt dan de content zelf; op dat moment kan de content bij een derde partij/uitgever ingekocht worden. De uitgeverij is dan software-leverancier geworden met een steeds steviger positie in het primaire proces van de afnemer. Wolters Kluwer is daarin—onder leiding van Nancy McKinstry—zeer succesvol. Ook andere uitgeverijen, waaronder ReLex (Elsevier) en Sdu Uitgevers, bewandelen deze weg met succes. Overigens maken de genoemde uitgeverijen ook nog steeds klassieke (digitale) uitgeefproducten. Tot zover het goede nieuws.

Sdu Belasting Office

In het ‘slechte’ nieuws speelt Sdu Uitgevers (verder: Sdu) een belangrijke rol. Begin juli bracht deze uitgeverij naar buiten per 2016 te zullen stoppen met Sdu Belasting Office (SBO), software voor de fiscale aangifte, vooral in gebruik bij accountantskantoren. De aangifte over 2015 zal in 2016 niet met SBO kunnen worden gedaan Bij die beslissing van de uitgeverij heeft meegespeeld dat de software—naar de eisen van deze tijd, of, zo men wil, naar de waan van de dag—zou moeten migreren van de Windows- naar de cloud-versie. Anders gezegd: Sdu vindt dat het platform waarop SBO draait de grenzen van technologische houdbaarheid nadert.

Voorzover mij bekend zijn er maar een handjevol leveranciers van deze specifieke software. De ongelukkige samenloop van omstandigheden—buiten de invloedsfeer van Sdu—doet zich voor, dat ook een andere aanbieder van een soortgelijk product zijn twee bestaande softwarelijnen vervangt door één nieuwe. Dan ‘zijn de rapen gaar’: op het blog van ‘Accountancy van Morgen’ wordt gesproken van ‘crisisoverleg’ met SRA, een netwerkorganisatie van 370 zelfstandige accountantskantoren met 900 vestigingen in Nederland. In het blog staat: “in dit najaar moeten enkele duizenden kantoren met miljoenen aangiftes (gedwongen) migreren naar een nieuw pakket”.

Zwartepieten kent geen winnaars

Ik belde met Sdu om hun versie van het verhaal uit de eerste hand te horen en kreeg keurig houtsnijdende antwoorden op mijn vragen. Sdu heeft aangegeven er alles aan te doen om de ‘gedupeerden’ te helpen, maar blijft bij het standpunt dat er geen software komt voor de aangifte over 2015. Het zwartepieten begint: op het blog Accountancy van Morgen heet het: “Zij [de softwareleveranciers/uitgeverij; ER] behandelen het als een technisch probleem en niet als een verandertraject met alle complexiteit die daarbij komt kijken”. Eerder stelde de auteur van het blog al: “… dat de softwareleveranciers hier veel te lichtvaardig tegenaan kijken”.

Hoe reëel het is dat de SBO-afnemers van hun toeleverancier verwachten dat hij, ongeacht de marktomstandigheden, door gaat met serviceverlening? Hadden de accountants zelf moeten inzien dat het aantal aanbieders van de software tot een onverantwoord laag aantal was geslonken en dat dat hen kwetsbaar maakt? Had Sdu eerder moeten bedenken dat de ICT-ontwikkelingen—migratie naar de cloud—vroeg of laat ook hun producten zou raken? Heeft een uitgeverij van de omvang van Sdu iemand in dienst die dit soort ontwikkelingen volgt en daarover rapporteert? Hoe naïef is het van de accountants om te denken dat financiële motieven geen rol spelen bij toeleveranciers?

Allemaal vragen waarop ik de antwoorden niet heb, maar die wèl van belang zijn voor uitgeverijen die andere producten willen leveren dan de klassieke uitgeefproducten.