Content curation is hot. Brand uw vingers niet

Gepubliceerd op
Content Curation
content curation: tijdrovend hand- en denkwerk dat zich (nog) niet laat automatiseren (illustratie: Edwin Kisman)

“In de serie flauwekulbegrippen die de journalistiek hebben geïnfecteerd: contentcuratie.” Zo begint Sheila Sitalsing haar column in De Volkskrant van 31 oktober jl. Wat volgt is een vermakelijke tekst die—met de voorbeelden die zij geeft—de spijker op de kop slaat. Content curation—ik gebruik in het vervolg de Engelse term—zou ook zo maar kunnen opduiken als ‘jeukwoord’ in de rubriek ‘De Kantoorjungle’ van Japke-Doutzen Bouma in NRC.

Ja, content curation is ‘hot’. Het wordt in kringen van online goeroes—met in hun kielzog uitgevers—gezien als een manier om uit de huidige misère in Uitgeefistan te raken. Reden genoeg dus om het internet af te struinen naar informatie over dit onderwerp en te proberen feiten, flauwekul en jeukwoorden van elkaar te scheiden.

Internationale vaktijdschriften

Gepubliceerd op
Vakblad voor échte melkveehouders

Een cadeautje van AgriMedia in de post: het eerste nummer van Elite, vaktijdschrift voor melkveehouders. Uitgeverij AgriMedia uit Wageningen treedt op als uitgever. Ik zeg bewust ’treedt op’ omdat Elite een internationaal vaktijdschrift is. Het ‘origineel’ komt van de Duitse uitgeverij Landwirtschaftsverlag Münster; vrij vertaald: een ‘agrarische uitgeverij’. Landwirtschaftsverlag Münster schijnt de grootste Europese landbouwuitgeverij te zijn, met ruim dertig online- en printmedia. Zoals uit de samenwerking met AgriMedia al blijkt, beperkt het uitgeven zich niet tot Duitsland; uit de titellijst kan geconcludeerd worden dat ook voor de Oostenrijkse- en Poolse agrariër wordt uitgegeven—wellicht ook voor doelgroepen in andere Europese landen. Het spectrum is daarbij breed: niet alleen titels waarbij uit de naam al valt af te leiden dat het zich tot professionals richt—zoals bijvoorbeeld Fleischrinder Journal en Milchrind—maar ook titels als Landlust en Reiter und Pferde in Westfalen; titels die zich naar mijn gevoel ook op de niet-agrarische lezer richten. In het rijtje titels kom ik namen tegen waarvan ik een

Ad blockers: ramp of zegen

Gepubliceerd op

Ad blockers: ramp of zegenDe afgelopen weken was er nogal wat te doen over ad blockers; reclamewissers in ’t Nederlands. Zo’n ad blocker weert reclame tijdens het surfen op internet De commotie laaide op nadat Apple besloot ad blockers toe te staan in zijn browser ‘Safari’.

Ik wilde een ‘sluitend’ verhaal over ad blockers schrijven. Een blog is daarvoor niet het passende medium. Daarom geef ik hieronder commentaar bij recente artikelen over ad blockers en nog enkele, zoals Kees Fens dat noemde, ongekamde gedachten bij het onderwerp.

Ben Barokas zoekt naar oplossingen

Ben Barokas is de oprichter van Sourcepoint, en spreker op het aanstaande Digital Innovators’ Summit (DIS) dat van 20 tot en met 22 maart 2016 in Berlijn wordt gehouden. Op de website van DIS is het artikel ‘How an ex-Googler is hoping to solve ad blocking and other publishers conundrums’ te lezen. Sourcepoint zoekt het in een transparante uitwisseling van content en geld tussen lezers, uitgeverijen en adverteerders. In dat artikel schrijft hij onder meer: ‘The one choice that should not be available is to consume content without compensating the publisher’. Maar dat is nu precies zoals uitgeverijen hun lezers hebben opgevoed: de inkomsten uit de lezers- en adverteerdersmarkt zijn al decennia lang ernstig uit balans. Uitgeverijen hebben dat geweten en hebben die situatie bewust laten voortbestaan. De enkele uitgever die wees op het risico werd niet gehoord. Het is daarom naar mijn idee niet terecht om nu ineens ‘de bal’ bij de lezers neer te leggen.

De kurk waarop internet drijft zinkt

‘Reclame is de kurk waarop internet drijft’, lees ik in een artikel in de Volkskrant over ad blockers. Laat ik eens aannemen dat deze situatie vooral voor online media geldt. Dan ben ik bang dat ‘we’ al enige tijd aan het zinken zijn; we hebben het alleen nog niet in de gaten omdat iedereen naar de horizon tuurt (‘land in zicht!’) en niemand notie neemt van de averij die ‘onze’ kurk oploopt. Het zinken gaat maar heel langzaam, maar nu is dan het moment gekomen dat onze voeten nat worden.
Het drijfvermogen van de kurk wordt aangetast door twee elkaar versterkende fenomenen: de toename van het aantal online media en—als gevolg daarvan—de toename van het aantal online adverteerders (nodig voor het (mede)financieren van de online media). Dat is nog niet alles: naarmate er meer aanbieders (adverteerders) zijn bij een min of meer gelijkblijvend aantal prospects, zal het effect van advertenties afnemen; niet alleen het aantal prospects blijft min of meer gelijk, maar ook—en dat is even zo belangrijk—de hoeveelheid middelen (geld) die zij ter beschikking hebben. Vooral in kringen van online goeroes wil men nog wel eens aan deze wetmatigheden voorbij gaan. De, ogenschijnlijk, eenvoudigste manier om het afnemen van het reclame-effect te compenseren is ‘harder roepen’, resulterend in opdringerige, door de lezer ongewenste reclame.

Bakzeil gehaald bij rechters

De recente reacties van de advertentie- en uitgeefbranche op het doorstoten van ad blockers zijn daarom te begrijpen, maar missen elke realiteitszin. Eerder dan zich af te vragen waarom lezers ad blockers installeren, dreigt het Interactive Advertising Bureau (IAB) met rechtszaken tegen de producenten ervan. Dat een aantal Duitse uitgeverijen inmiddels nul op het rekest kreeg van de rechter heeft het IAB kennelijk ook niet bij zinnen gebracht. Deze uitgeverijen—waaronder het gerespecteerde Handelsblatt—wilden een verbod op ad blockers. Realiteitszin is er wel bij de bestuurder van de Nederlandse tak van het IAB; die zegt geen voorstander te zijn van rechtszaken. 

Lezers pikken het niet

Diederik Ubels van MobPro debiteert in het Financieele Dagblad: “[dat er een balans moet worden gevonden] tussen advertenties die niet hyperirritant worden gevonden, maar toch opvallen”. Hyperirritant? Fijn! Daarnaast ook ‘gewoon’ irritante advertenties. Het toenemend—en inmiddels massale—gebruik van ad blockers rechtvaardigt de gedachte dat de meeste advertenties in één van deze categorieën moet worden ingedeeld. Dit besef komt rijkelijk te laat, en klinkt daarom hypocriet.

Tegengif helpt niet

Inmiddels is er ook software ontwikkelt die ad blockers onschadelijk maakt. De makers daarvan gaan er geheel aan voorbij dat niet het stukje software met de naam ‘ad blocker’ het probleem is, maar de consument die de ad blocker installeert. Daarmee is  een ad blocker ontstaan van vlees en bloed, met hersenen!