Als je niets meer te verliezen hebt proef je de vrijheid. Dat schrijven Kris Kristofferson en Fred Foster in hun lied ‘Me and Bobby McGee’. Hartstochtelijk gezongen, met schelle uithalen, door de te vroeg overleden Janis Joplin. Je wordt dan niet meer belemmerd door angst iets kwijt te raken. Banden, verplichtingen of bezittingen, waaraan je zou kunnen hechten ontbreken.
De geest van de ‘roaring seventies’ iconisch verwoord door Janis Joplin. Bijzonder mens.
‘Roaring seventies’
In die woelige jaren zeventig kende vrijheid een sterke opleving. Op individueel, sociaal en cultureel vlak. We ervoeren deze tijd als een periode van persoonlijke ontplooiing, grote sociale veranderingen en een losheid in omgang met normen en regels. Inclusief een sexuele vrijheid.
Hoe was dat? Een uitspraak: “Dat was de tijd dat Phil Bloom in d’r blootje op tv verscheen. En Saskia Holleman op een poster van de PSP, naakt in een weiland, voor een koe. En nu? Geen topless meer op het strand. Preutsheid ten top.” Onvrij?
Jaloers op het zweven
Voor mij zijn meeuwen hoog in de lucht symbolen van vrijheid. Het ultieme beeld van vrijheid. Witte vogels tegen een blauwe lucht. Die grote cirkels maken. Af en toe een vleugelslag. Daarna zweven, subtiel gebruik makend van de thermiek. Ik ben jaloers. Op die meeuwen. Op alle vogels. Vliegen. Neerstrijken op een lantaarnpaal. Zitten zonder hoogtevrees, zonder risico. Er afvallen betekent, gewoon doorvliegen. Ontworsteld aan de zwaartekracht, zoals een mens in water.
Elk mens is anders.
Hoe vrijheid ervaren wordt hangt af van de persoon en de omstandigheden waarin hij of zij verkeert. Een afgebeulde slaaf kijkt er anders tegenaan dan Janis Joplin. Een kind die geen toegang tot TikTok krijgt, in tegenstelling tot zijn vriendjes, voelt zich beknot. Zijn vrijheid vindt hij ver te zoeken. Een soeverein voelt zich beperkt door autoriteiten. Het niet hoeven vrezen voor onderdrukking, geweld of vervolging is vrijheid. De mogelijkheid om te voorzien in basisbehoeften is vrijheid. De vrijheid van de ‘roaring seventies’? Lekker los gaan.
De ketens van onvrijheid
De antithese is onvrijheid. Het leven van slaven op een plantage. Leven onder een knoet. Bezetting door een inhalige vreemde natie. Het verblijf in een gevangenis. Geketend door een sekteleider.
Bevrijden is het ontdaan worden van verplichtingen en beperkingen. Of je er zelf van ontdoen. Strijd. Het gedwongen vertrek van een bezetter.
Die vrijheid komt meestal niet vanzelf. Is vaak zwaarbevochten. Op de inhalige rovers, die uit zijn op je gebied en je grondstoffen. Illegale tijdelijke eigenaren. De Duitsers in Nederland, de Japanners en ook de Nederlanders in Nederlands-Indië.
Bevrijding, het juk afgeworpen
Bevrijding is een opstanding uit een onderdrukking. Zoals een groot deel van Nederland dat ervoer in mei 1945. Het einde van een bloedig proces dat op 6 juni 1944 begon op de stranden van Normandië. Van west naar oost: Utah, Omaha, Gold, Juno en Sword. Een veldtocht die pas een jaar later Nederland bereikte.
Nederland bevrijd, het juk afgeworpen. Ontspanning, ontlading. De vrijheid herwonnen.
Merdeka
Drie maanden later was het zo ver in Nederlands-Indië. 15 augustus 1945. Keizer Hirohito deelde via de radio zijn volk mee dat Japan capituleerde. Enkele generaals hadden nog geprobeerd zijn opgenomen rede te verdonkeremanen.
De kampen gingen open.
De Indonesiërs roken de vrijheid, de onafhankelijkheid van Nederland. Merdeka.
De leider Soekarno werd onder druk gezet. Sprak op 17 augustus zijn ‘proklamasi’ uit: “Wij, het Indonesische volk, verklaren hierbij de Indonesische onafhankelijkheid. ( ) Soekarno/Hatta.”
De ‘Bloody forties’
Onafhankelijk van Nederland? “Ho, ho, dat gaat zo maar niet”. Louis Beel maakt in Den Haag bezwaar, zwaaiend met het artikel van J.Tinbergen en J.B.D. Derksen uit 1945 “Berekeningen over de economische beteekenis van Nederlandsch-Indië voor Nederland”.
“Daar gaan we een stokje voor steken. Indië verloren, rampspoed geboren”, een dertig jaar oude slogan van jonkheer dr. C. Sandberg, wordt van stal gehaald.
Vier jaar later toch onafhankelijkheid na driehonderd jaar onvrijheid. Na stuiptrekkingen. ‘Bersiap’ en politionele acties.
20 december 1949 werd de overdracht getekend.
‘Freedom is just another word for nothin’ left to lose’ ?
Is dat zo? Fatima die niets meer heeft. Geen spullen. Geen eten. Haar twee kinderen zijn uitgehongerd overleden. Haar huis is gebombardeerd, waarna haar ruïne geconfisqueerd is door kolonisten, die daar, zodra de klus geklaard is, een huis op willen bouwen.
Fatima heeft niets meer. Nada. Dus niets meer te verliezen. Voelt zij zich nu vrij? Of denkt zij eerder ‘Hopelessness is just another word for nothin’ left to lose’. Dat lijkt mij waarschijnlijker.
Edwin Kisman




