De ‘Hoarder’, een obsessieve verzamelaar.

Gepubliceerd op

Door de kamer een smalle gang naar het keukentje. Aan weerszijden hoge stapels oude kranten, tijdschriften. In het keukentje weinig bewegingsruimte. Beperkte toegang tot het fornuis. Koffieapparaat ingeklemd tussen blikjes, dozen en eierrekken. Toch gelukt, een kopje koffie zetten. Even de suiker zoeken. Onder een stapel handdoeken. Vijf halflege dozen.

In de huiskamer. Illustratie gemaakt met het AI programma Dall-E

Een ‘hoarder
Ik ben op bezoek in het huis van een vriend, een ‘hoarder’, een obsessieve verzamelaar. De spullen stapelen zich op. Gevonden, gekocht. Er komt honderd maal meer binnen, dan er uitgaat. “Maar het huis moet toch eens helemaal vol zijn?”. “Klopt, maar voorlopig kan er best nog wat bij”. Obsessieve verzamelwoede. Een verzamelstoornis. Vaak geassocieerd met psychologische problemen zoals angst, depressie, obsessief-compulsieve stoornis en aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Daarnaast mogelijk een trauma en zelfs genetische factoren. Een van de gevaren die hoarders bedreigt is sociale isolatie.

Waar zal ik beginnen? Bij het raam of bij de deur?

Andere verzamelaars
Zo bent ù niet. Maar toch. Komen we nu op bekend terrein? Naast de genoemde obsessieve verzamelaars heb je nog een aantal andere categorieën. De selectieve verzamelaars, de kunstverzamelaars. En ook de routineuze verzamelaars, die uit gewoonte verzamelen, steeds meer bezitten en er uiteindelijk toch last van krijgen.

Wij houden het zo! Dit vinden wij gezellig.

Opruimen? Dat is de vraag
De hoarders vragen zich niet af “Hoe opruimen?”. Dat is strookt niet met hun obsessie. Voor hem of haar geldt alleen, méér, méér, méér. Kunstverzamelaars zijn bezig vermogen op te bouwen. Ruimen niet op, maar verkopen af en toe. Met een leuk winstje. Maar voor de routineuze verzamelaar die de groeiende berg spullen wel als probleem begint te zien is het dilemma meestal “Wanneer kan ik wat weggooien?” De routineuze oppotter die eindelijk het besluit neemt iets aan zijn overdaad te doen, zakt de moed in de schoenen. Stelt de daad uit. Tot ie weer inspiratie krijgt. “Waarom zou je ’t weg doen, het is misschien nog te gebruiken”.

Ik mis mijn vrienden. Die willen hier niet meer komen.

Hèt dilemma
“Misschien heb ik ’t nog eens nodig”. De aarzeling van de bewaarder. Dozen staan al een paar jaar op zolder. Niet geopend. Kennelijk niet nodig. Kleding hangt nog langer ongebruikt in de kast. Elke maand een paar schoenen erbij. Alleen een paar favorieten worden regelmatig gebruikt.

Opruimen voor je dood gaat
Voor een probleem zijn er altijd oplossingen. Voor dit probleem: handleidingen, boeken en coaches. De Zweedse Margareta Magnusson schreef het boek, “Opruimen voor je doodgaat. De edele Zweedse kunst van döstädning.” (2017). Vertaald in 31 talen. Geeft aan hoe wijdverbreid en zwaarwegend het probleem “hoe kom ik van m’n rommel af?” is.
Magnusson zat niet met het “hoe en waarom?”. Wilde haar nabestaanden niet opzadelen met de klus van de ontruiming. Regelde dus zelf de ontruiming van haar huis. Spullen weggeven, verkopen, weggooien. Was overigens geen hoarder. Had haar hele leven al haar huis op orde.

Hoe dan? Nou zó!
Is dat niet zo en kan je niet kiezen, dan zijn er een aantal suggesties:
(1) Begin met de “aanvoer” van spullen stop te zetten. Stop met het kopen van “overbodigheden”
(2) Laat het idee los dat je ’t “twijfelstuk” dat je al jaren niet meer gebruikt hebt misschien nog eens nodig zal hebben. Gooi het weg en koop het later weer, mocht je het nodig hebben.
(3) Maak er een ritueel van om elke week iets weg te doen. Kleine stappen, dan is de pijn het minst groot.
(4) Als het gaat om zaken waar je toch aan gehecht bent, geef het weg maar maak er eerst een foto van en bewaar die in je herinneringenfotoboek.

Opruimcoaches en boeken
Er zijn ook boeken die je op weg kunnen helpen. Concrete aanwijzingen geven. Je zelfs kunnen inspireren. Je leren te relativeren. Minder te hechten aan materie.
Je kan tenslotte ook de hulp inroepen van begeleiders. Opruimcoaches. Die kennen het klappen van de zweep en helpen je in de kortste keren van je probleem af.
Maar uiteindelijk moet je het toch zelf doen. De beslissingen nemen.
Daarna is het zaak te voorkomen dat je binnen korte tijd weer in een magazijn woont.
Dus verzamelaars. Aan de slag! Schep weer orde, ruimte en lucht in je leefomgeving. Je leven wordt er echt beter van.

Edwin Kisman
Wat vond u van deze column?

Boeken
Gail Steketee, Christiana Bratiotis Hoarding’, 2020
Zamara Oomes-Kok, “Opgeruimd! Hét ultieme organizing-boek”, Karakter Uitgevers 2006
Marie Kondo, “Opgeruimd!”, De manier om orde en rust in je leven te brengen”, Lev 2016
Margareta Magnusson, “Opruimen voor je doodgaat. De edele Zweedse kunst van döstädning.” 2017

Columns Invalshoek
Boeken fileren kan ook nog, 28 okt 2016
Het ‘Endowment effect’ staat opruimen in de weg , 2 dec 2016
Opruimen en ordenen met een fraudeleermoment , 30 okt 2019
Genoeg?!, 9 okt 2021

Opruimen en ordenen met een fraudeleermoment

Gepubliceerd op

Ik blijf opruimen. Zonder Marie Kondo. Naar eigen inzicht.
Ben in 2016 begonnen. Heb er al vier blogs over geschreven.
Het belangrijkst is ontspullen, minderen dus. Recyclen. Past in de mindset van nu. Tegelijkertijd ordenen.

Van ontspullen is pas echt sprake als er méér uitgaat dan binnenkomt. Een “handelsoverschot“: export groter dan import.
Ik heb onlangs ook foto’s en dia’s opgeruimd. Als ergens de Wet van Sturgeon opging dan was het hierbij. Ruim 90% was overbodig, kon weg.

Boeken en tijdschriften
Ik beschreef hoe ik tijdschriften en boeken reduceerde. In aantal en in omvang.
Hoe ik uit Folio Magazine de belangrijkste artikelen haalde. Hoe ik ook boeken fileerde om het volume te verminderen.

Hoe ik mijn schrijf- en redactieboeken aan het toenmalige NUV aanbood, compleet met een plan voor het opzetten van een ‘learning center’. Helaas dat is er niet van gekomen. Waarom eigenlijk niet? Het is nog steeds een goed plan. Nu kan het niet meer, het NUV bestaat niet meer. Het is nu de Mediafederatie.

Ik besprak ook een psychologische rem die het opruimen in de weg staat, het ‘endowment effect’.