Uitgevers zijn er meestal heel strikt in: ze doen fictie of non-fictie.
En toch is dit onderscheid niet altijd duidelijk. Omdat er nogal wat dingen gebeuren die we (nog) niet echt snappen. Bijvoorbeeld als je iemand ‘toevallig’ ontmoet, maar je het gevoel hebt dat het geen zuiver toeval is, dat het iets voor jou betekent, zonder dat je weet wat en waarom.
Auteur: Henk van 't Klooster
Help, ik kan mijn floppy niet lezen
Eindelijk gevonden. In een doos achter in de garage. Geklemd tussen 50 andere floppies. Op het etiket “Repositionering Chemische Courant”. Toch gelukt. Maar nu? Kan ik ‘m nog lezen? Heb ik een floppy disk lezer? Nee. En trouwens, heb ik nog MacWrite waarin ik het rapport geschreven heb? Ook niet.
Hoe dan? Niks dan, gewoon jammer. Maar graven in m’n geheugen naar wat er in stond. Reconstrueren.
Ben je een lezer of een luisteraar?
Uitgevers moeten het hebben van mensen die graag lezen. Toch zijn er veel mensen die liever luisteren. Een beroemd verhaal over dit verschil is het volgende.
De Amerikaanse vijfsterrengeneraal Dwight D. Eisenhower was in de Tweede Wereldoorlog (1942-1945) opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten die in Europa tegen nazi-Duitsland vochten. Hij was toen niet alleen een succesvol legerleider, maar ook befaamd om zijn glasheldere antwoorden op vragen van journalisten bij persconferenties.
