“Zonder pijn geen winst”. Klinkt dwingend, bijna onontkoombaar. Staat op posters in de sportschool. In ‘boardrooms’ is het een rechtvaardiging voor lange werkdagen. ‘No pain, no gain’. Het adagium lijkt een natuurwet. Maar klopt ‘t wel? Of is het een misleidende slogan in een status- en prestatiemaatschappij? In een meritocratie. Een hoge lat die vaak geluk in de weg zit?

Gain, without pain?
Soms valt iets je zomaar in de schoot. Een ontmoeting, een lot uit de loterij, een toevallige kans. “Mazzel,” zeg je dan. Anderen vinden, “Toeval bestaat niet, dit moest zo zijn”. Hoe dan ook, je hebt er niets voor hoeven doen. En tóch is er resultaat. ‘Gain, without pain’.
Meestal gaat het echter anders. Voor een succes, een contract, een verkoop moet je moeite doen. Voor een examen moet je hard blokken. Hard werken, volhouden, blijven proberen. En dat kan pijnlijk zijn. Lange dagen, teleurstellingen, vallen en opstaan. ‘No pain, no gain’ dus.
Maatschappelijke druk
In de topsport en het zakenleven speelt ambitie een sleutelrol. Doelen stellen, grenzen verleggen, records najagen. Roger Federer won niet door geluk, maar door jarenlange discipline en training. Microsoft groeide onder Satya Nadella niet door louter toeval, maar door een duidelijke koerswijziging. Van een opgeblazen ego-cultuur naar een leercultuur.
Ambitie kan een gevolg zijn van maatschappelijke druk. Meedoen, presteren, meetellen. Maar het kan ook voortkomen uit een innerlijke droom. De honger naar meesterschap, de drang iets bij te dragen. Dat eerste kan drukken, ‘t tweede geeft eerder vleugels.
Hard werken, tot op zekere hoogte
Ambitie vraagt vaak offers. Kunstenaars, ondernemers, sporters, allemaal kennen ze het patroon van eindeloos oefenen, mislukken, en doorgaan. Hard werken loont. Alleen, hoe hard is hard genoeg?
In de sport is afwisseling cruciaal. Eerst pieken, dan herstellen. Elke dag tot de pijngrens gaan is een recept voor blessures, geen voorwaarde voor succes. In het zakenleven geldt iets vergelijkbaars. Werknemers die altijd ‘aan’ staan, branden op. Organisaties die nooit rustmomenten inbouwen, verliezen hun mensen. Zonder herstel geen groei.
Het adagium “No pain, no gain” suggereert dat pijn een permanente voorwaarde is. Het is echter juist de afwisseling tussen inspanning en herstel dat resultaat oplevert.
Andere instelling
Opvallend is dat jongere generaties, met name Millenials en Gen Z, zich lijken los te maken van het klassieke arbeidsethos. Waar hun ouders en grootouders, Babyboomers, nog geloofden in lange dagen, zekerheid en status, kiezen hun nazaten nadrukkelijker voor een balans tussen werk en privé, flexibiliteit en betekenis. Ze worden vaak weggezet als “comfortgericht”, maar in feite stellen ze vooral de zin van de pijn ter discussie. Waarom eindeloos buffelen voor een werkgever die jou zo kan vervangen? Waarom jezelf stukwerken als geluk ook via andere wegen te bereiken is? Daarmee leven ze dichter bij een nieuw adagium, “geluk zonder pijn”. Dat betekent niet dat ze pijn volledig vermijden. Ze accepteren het wanneer het zinvol is. Bijvoorbeeld voor hun eigen projecten, ondernemerschap of activisme. Maar niet meer als verplichte tol aan een prestatiemaatschappij.
Burn-out als als gevolg van ‘pain’
De keerzijde van opgepompte ambitie is overbelasting. We leven in een samenleving waar succes vaak gelijkstond aan harder werken. Het risico was een generatie die opgebrand raakt. Jongeren die al vroeg vastliepen. Professionals die uitvielen. Burn-out. Mensen die alles “hebben bereikt”, behalve geluk.
Pieken op het juiste moment
We kennen allemaal soms momenten waarop het vanzelf leek te gaan. De juiste timing, een toevallige ontmoeting, een kleine stap die onverwacht grote gevolgen had. Serendipiteit. Geluk, zonder voorafgaande pijn. Een bedrijf dat met een toevallig product een gat in de markt vond. Een sporter die op het perfecte moment piekt en goud pakt. Jessica Schilder, de Nederlandse kogelstootster in Tokio 2025. Een ware prestatie!
Kun je dat sturen? Niet helemaal. Maar je kunt je kansen wel vergroten door open te staan, zichtbaar te zijn, te experimenteren. Geluk is niet volledig maakbaar, maar wel te beïnvloeden.
Moeten we die ambitie wel willen?
Moeten we die tomeloze ambitie wel willen? Ambitie kan inspireren, mensen boven zichzelf laten uitstijgen. Maar ze kan ook verlammend of destructief zijn. Voor topsporters die een korte carrière hebben, kan tijdelijk “no pain, no gain” functioneel zijn. Voor ondernemers die een cruciale deadline najagen, eveneens.
Maar voor de doorsnee werknemer, voor scholieren, voor ouders, voor mensen die een zinvol en gelukkig leven willen leiden, kan een voortdurend streven naar meer juist schadelijk zijn. Dan is de prijs hoger dan de winst. En eindig je met verlies.
Hoe kan het anders?
In plaats van pijn te verheerlijken, kunnen we beter kijken naar een balans. Naar de “minimale effectieve dosis”. Genoeg uitdaging om te groeien, maar niet zo veel dat je breekt. Naar slimme strategieën die hefboom en geluk vergroten, in plaats van eindeloos harder duwen.
Ambitie hoeft niet weg, maar moet herijkt worden. Naar doelen die bijdragen aan betekenis en welzijn, in plaats van alleen naar status en cijfers. Naar een wat gedimde prestatiemaatschappij die ruimte laat voor rust, spel en geluk.
‘Gain without too much pain’
Het idee dat zonder pijn geen winst mogelijk is, is te kort door de bocht. Soms is pijn nodig, maar vaak is ze overbodig. Het is een slogan die past bij een tijd waarin we presteren zijn gaan verwarren met leven.
Echte winst zit niet in altijd maar meer, maar in duurzaam geluk. In slim en standvastig werken, in ruimte voor herstel, in het herkennen van kansen zonder jezelf stuk te lopen. Het is tijd voor een nieuwe slogan: “geluk zonder overbodige pijn”.
Edwin Kisman
Wat vond u van deze column?




