
Een apenrots. Op de top zit een zilverrug-gorilla. Bokito. Keurig gekleed, in een blauw pak met felrode das. Blonde kuif. Hij lijkt tevreden. Kijkt toch ietwat argwanend, wantrouwend. Is op z’n hoede. Daaronder, op verschillende hoogtes, andere gorilla’s. Mannetjes. Ook wantrouwend. Kijken verlekkerd naar de top. Willen omhoog, maar houden zich in. Nog wel.
Wat is hier aan de hand? Waarom willen ze allemaal omhoog? Maar krijgen niet de kans. Nog niet, waarom niet? En waarom willen ze dat? Macht, status? Extra bananen?
Zitten er ook vrouwtjes te loeren naar de top? Ja, enkele. Maar, moeten ze dat willen? En moeten wìj wel een apenrots willen? Want is onze maatschappij niet meer gebaat bij een minder piramidaal leiderschap? Meer gebaseerd op gezag. Met ook meer zeggenschap voor vrouwen. Die mogelijk andere bestuursstijlen inbrengen.
Zijn er alternatieven?
Minangkabau vrouwen
Jazeker. Neem de matrilineaire maatschappij van de Minangkabauers. Daar zijn vrouwen de baas. Maar ja, die cultuur is al eeuwenoud. Die bouw je niet zomaar op, in korte tijd.
Wat is de norm in die cultuur?
De lijn van afstamming en de familienaam worden doorgegeven via de moeder aan de dochter.
En, de vrouwen erven het belangrijkste erfgoed, zoals voorouderlijk land en de traditionele familiewoning.
Is er voor mannen geen rol weggelegd? Toch wel, die spelen een rol in het bestuur van de stam. Maar, zij worden wel gekozen en geadviseerd door de oudste vrouwen.
Zeggenschap voor vrouwen, toch?
Bonobo allianties
En dan de bonobo’s. De bonobovrouwtjes pakken het anders aan. (Onlangs bleek overigens dat dat bij 40 procent van de andere apensoorten ook gebeurt).
De bonobovrouwtjes staan bekend om hun unieke sociale structuur. Ze maken de dienst uit, ondanks dat ze fysiek zwakker zijn dan mannetjes.
Hun strategie? Ze heersen door middel van hechte onderlinge allianties, coalities en collectieve macht.

Onder de duim
Daarmee beheersen ze de agressie van de mannetjes en bepalen ze de hiërarchie. Als een mannetje zich misdraagt, spannen de vrouwtjes samen om hem gezamenlijk aan te pakken. Vrouwelijke bonobo’s zijn zeer gewiekst in het in toom houden van mannetjes. Ze zijn daarbij soms sneller geïrriteerd en vaker agressief richting mannetjes dan andersom.
Slimme strategie
Ze gebruiken hun collectieve macht ook om de toegang tot voedsel te controleren.
Naast agressie gebruiken de vrouwtjes seks als middel om sociale spanningen te verminderen en vriendschappen te smeden.
De vrouwtjes geven de voorkeur aan het omgaan en paren met mannetjes die respectvol en gemoedelijk zijn.
Is dat geen interessante strategie?
Moeten vrouwen zeggenschap hebben? Lijkt me wel, als je een egalitaire gemeenschap nastreeft.
Franse vrouwen zijn daarin grootgebracht. Met Liberté, égalité, fraternité.
Tradwifes en manosfeer
Wat gebeurt er in Nederland om vrouwen meer zeggenschap te geven? De invoering van de vrouwenquota. ‘t Lijkt mij nogal geforceerd en gekunsteld.
Daarbij komt dat (vooruitstrevende) vrouwen het tij niet mee hebben. Twee opkomende stromingen dwarsbomen “bottom-up” het streven naar een egalitaire maatschappij. Dat zijn zowel de opkomst van de ‘manosfeer’ als die van de ‘tradwifes’. Stromingen die passen bij het adagium van de vijftiger jaren, “het gezin, de hoeksteen van de samenleving”.
Ben ik te naïef?
Moeten we de apenrots slopen en de zeggenschap van vrouwen vergroten door de strategie van de bonobo’s te volgen, ook al zijn we geen apen? Om een maatschappij te vormen waarin wordt samengewerkt. Waarin tolerantie, coalities en consensus leidend zijn. Waarin een einde komt aan al dat gezeik, elkaar aftroeven en bevolkingsgroepen uitsluiten. Waarin Bokito is teruggestuurd naar z’n grot.
Is dat haalbaar? Of ben ik te naïef? Misschien. ’t Leek me in ieder geval goed om er eens over na te denken.
Edwin Kisman



Inderdaad om goed over na te denken deze Invalshoek.
Fijn getekend en zo goed de geschiedenis beschreven.
Ik stuur hem door naar Hedy en Hadassah, die zo’n leuke podcast hebben “Vrolijk of dapper voorwaarts”.
Vrouwen zijn vaak de “stille kracht”.
Op al mijn reizen in zgn ontwikkelingslanden bleken vrouwen de drijvende kracht achter het familie-inkomen te zijn. In de voornamelijk op landbouw gerichte culturen wisten vrouwen vaak beter dan de mannen welke oogstopbrengsten men kon verwachten. Bij het houden van mondelinge enquetes stonden in eerste instantie de boerenmannen vooraan, maar als de vragen dieper gingen, verdwenen die mannen geleidelijkaan naar achteren en namen de vrouwen het beantwoorden van vagen over. Zij wisten veel meer dan de mannen en waren betrouwbaarder in hun prognoses.
Maar ook in Europese culturen zou men zich vaker de vraag kunnen/moeten stellen: wie lacht niet die de man beziet.