“Vroeger was alles beter.” Hoor je ‘t ze zeggen? De ‘babyboomers’ bij de koffieautomaat. De ‘war childs’ aan de stamtafel. “Toen was geluk nog heel gewoon.” Ze hebben het over de jaren vijftig, zestig. Het gouden tijdperk. De periode van wederopbouw en welvaart. Van Elvis en de Beatles. Van beschaving en fatsoen.
Maar klopt dat eigenlijk wel?
Geromantiseerd verleden
Het is verleidelijk om het verleden te romantiseren. Nostalgie is een emotie. Een krachtig medicijn. Het filtert alle narigheid en laat alleen de zonnige herinneringen over. Opa’s Crème de la Crème. Moeders gehaakte vest. De geur van verse koffie op zondagochtend.
Maar nostalgie is selectief. Kiest wat het wil onthouden en vergeet de rest.
Hoe is ’t objectief?
Laten we eens kijken naar de feiten. Naar objectieve indicatoren. Want sentiment is mooi, maar cijfers liegen niet. Hoe staat het met onze welvaart in vergelijking tot toen? Onze gezondheid, ons onderwijs, onze vrijheid?
Welvaart beter?
In 1960 verdiende een gemiddeld Nederlands gezin ongeveer 6.000 gulden per jaar. Klinkt weinig, maar een huis kostte toen 15.000 gulden. Dat is 2,5 keer het jaarsalaris. Nu? Een modaal inkomen is €45.000. Een gemiddelde woning €435.000. Bijna tien keer het jaarsalaris. Tien keer. Eén inkomen was vroeger genoeg voor een heel gezin. Vader werkte, moeder thuis, drie kinderen. Lukte prima. Nu? Twee inkomens, één kind, amper rond te komen. Zo bezien was het vroeger inderdaad beter.
Maar…
Levensverwachting sterk gestegen
In 1960 werd een Nederlandse man gemiddeld 71 jaar. Een vrouw 75. Nu? Mannen 80, vrouwen 83. Acht jaar winst. Acht jaar extra leven. Dankzij betere medische zorg, schoner water, veiliger werk. Vroeger stierven mensen aan longontsteking. Aan blindedarmontsteking. Aan baatzuchtige huisbazen die geen kolengeld gaven. Nu niet meer.
Onderwijs toen
In 1960 haalde 5% van de bevolking een universitair diploma. Nu? 35%. Zeven keer zoveel. Analfabetisme was toen nog een ding. Kinderen die na de lagere school meteen gingen werken. Op de fabriek. In de haven. Op het land. Niet omdat ze dat zo graag wilden, maar omdat het moest. Omdat er brood op de plank moest komen.
Technologie dient het gemak
Webshops, niet meer sjouwen van de ene winkel naar de andere. Scheelt veel energie, veel tijd. Je weet wat je wil. Zoeken, bestellen, hooguit tien minuten. Volgende dag in huis. Gemak dient de mens.
Telebankieren. Niet meer naar de bank. Alles digitaal afhandelen. PIN betalingen in de winkel. Geen flappen meer of losse munten. Geld tegoed voor de lunch? Tikkie.
En brieven? Per pakketboot uit Nederlands-Indië. Een maand onderweg. Later per vliegtuig, een week. Een droeve tijding, een telegram. Jaren zeventig een versnelling.
De fax op ieders bureau. Een flink apparaat, met een rol. Ingebrand beeld. Jaren negentig internet. Later e-mail, sms, Facetime, WhatsApp en Signal. Wifi. Een verbetering.

Het mobieltje altijd in de hand
Het mobieltje altijd bij de hand. Een voordeel en ook vaak een nadeel.
Fotografie en film. Van analoog, negatief film en donkere kamer, naar digitaal. Van banden naar geheugenkaarten. Grote capaciteit. Je hele bestand in de ‘cloud’.
Of wat dacht je van ‘e-books’? Geen volle boekenkast meer, lettergrootte aanpasbaar, boeken terugzoekbaar, lichtsterkte regelbaar. Stapel boeken mee op vakantie. Weegt niets. Ja, die iPad die ging toch al mee. Voor de kranten, de e-mail. de whatsapp en de tickets.
Die technologie was er vroeger niet.
Vrijheid, blijheid
Homosexualiteit was strafbaar tot 1971. Vrouwen mochten pas vanaf 1956 zonder toestemming van hun man een bankrekening openen. Gehuwd, geen baan accepteren. Leven. Zelfstandig zijn. Abortus? Verboden tot 1984. Anticonceptie? Een zonde. De kerk bepaalde nog grotendeels hoe je moest leven. Wie je mocht zijn.
Zo bezien, was het vroeger helemaal niet beter.
De prijs van vooruitgang
Toch zit er iets in die verzuchting van de ouderen. Want hoewel we langer leven en meer kansen hebben, zijn we ook vermoeider. “Gestresster”. ‘Burn-out’ was in 1960 geen woord. ’t Was toen nog geen begrip. Mensen werden “overspannen” of kregen een “zenuwinzinking”. Maar dat kwam zelden voor. Of werd verzwegen.
We staan altijd “aan”
Nu? Burn-out is een epidemie. Ziekteverzuim door mentale klachten neemt toe. Antidepressiva zijn gemeengoed. Waarom? Omdat we altijd aan staan. Smartphone in de hand, laptop open. ’WhatsApp’ piept. Vijf banen tegelijk. Want naast je werk moet je ook de perfecte ouder zijn. De fitte versie van jezelf op Instagram. De interessante gesprekspartner op het verjaardagsfeestje.
Vroeger was het simpeler. Eén baan. Klaar om vijf uur. Thuis eten, televisie kijken, naar bed. Geen keuzestress. Geen FOMO. Geen oneindige ‘scroll’ door andermans perfecte levens. Lekker rustig.
De illusie van eenvoud
Dus, was het toen ook echt beter? Of missen we nu gewoon de eenvoud? De duidelijkheid. De voorspelbaarheid. Je wist waar je aan toe was. Vader werkte, moeder kookte, kinderen luisterden. Punt. Geen vragen, geen twijfel. Het systeem werkte. Tot het niet meer werkte.
Want die eenvoud had een prijs. Vrouwen die ongelukkig waren in hun huwelijk maar niet weg konden. Homo’s die hun hele leven verstoppertje speelden.
De duidelijkheid van toen was ook rigiditeit. Beperktheid. Een keurslijf waarin iedereen moest passen, of je nu wilde of niet.
Een ander soort beter?
Misschien is het niet dat het vroeger beter was, maar dat het een ander soort beter was. Minder luxe, maar meer zekerheid. Minder vrijheid, maar meer gemeenschap. Minder keuzes, daardoor ook minder stress.
We hebben nu meer mogelijkheden dan ooit. Kunnen alles worden wat we willen. Gaan wonen waar we willen. Liefhebben wie we willen. Dat is winst. Echte winst.
Maar die vrijheid brengt ook verantwoordelijkheid. Keuzestress. De constante vraag: doe ik het wel goed? Had ik niet beter kunnen kiezen? Is het gras bij de buren groener?
Vroeger had je die vragen niet. Niet omdat het antwoord duidelijk was, maar omdat de vraag niet gesteld werd. Je accepteerde wat er was. Deed wat er van je verwacht werd. Klaagde niet. Of toch, alleen aan de keukentafel. Zachtjes.
Beter? Ja en nee.
Was het vroeger beter? Ja en nee. Nee, als je kijkt naar welvaart, gezondheid, gelijkheid, onderwijs. Ja, als je kijkt naar huizenprijzen, werkdruk, mentale gezondheid, sociale samenhang.
Het is geen simpel verhaal. Geen zwart-wit. Het is grijs. Met lichte en donkere plekken.
Stoppen met vergelijken
Misschien moeten we stoppen met vergelijken. Met terugkijken. Niet vragen of het beter was, maar wat we kunnen leren. Van toen. Van nu. Van beide.
En misschien moeten we vooral ophouden met romantiseren. Het verleden was geen gouden tijdperk. Het was gewoon een tijd. Met voor- en nadelen. Net als nu.
Laat de babyboomers maar zeuren bij de koffieautomaat. Ze hebben dat recht wel verdiend. Ze hebben het land opgebouwd. Ons deze vrijheid gegeven. Deze welvaart. Maar laten we ook niet vergeten waar we nu zijn. En hoe ver we gekomen zijn. Want dat is ook iets waard.
Wat vindt u? Tòch, dat het vroeger beter was?
Edwin Kisman
Wat vond u van deze column?
Zie ook
‘Tempo doeloe’, terugverlangen naar de jaren vijftig of niet?
17 december 2022








