Dagelijks dezelfde beelden op TV. Gevechten. Vluchtelingen. Ontheemd, angstig, berooid, getraumatiseerd. Soedan, Syrië, Myanmar, Venezuela, Afghanistan, Gaza. Gewelddadig, onveilig. We raken afgestompt.
We weten het nu wel.
Vanaf de bank bekijken we het. Schakelen over naar een ander kanaal. Een ‘romcom’. Lekker ontspannen na al die ellende. Drukke dag gehad. Geen zware kost aan ons hoofd.
Weten we het wel?
Schrijfopdracht
Ik moest ineens denken aan een stukje dat ik vijfentwintig jaar geleden heb geschreven. Over een vlucht. Niet uit Syrië. Niet uit Gaza. Maar uit Menado 1942. Een opdracht voor een schrijfcursus. In Frankrijk. Een ‘flashback’ naar mijn vroege jeugd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Citaat:
“De inval, Menado januari 1942
De wereld is in oorlog. Amerika kan zich niet langer afzijdig houden. Singapore is gevallen. De Japanse golf is tot Menado gekomen, op weg naar de olievelden van Tarakan en Balikpapan. Parachutisten en mariniers bereiden de weg voor de Japanse infanterie. Ze hebben belangrijke punten bezet en jagen resten na van het KNIL, die hier en daar nog weerstand bieden. Eenmaal opgespoord worden die ter plekke afgemaakt of later in bamboekooien op zee verzopen. De stad brandt. Overal rookwolken en explosies. Op de achtergrond het voortdurende geluid van jagers en bommenwerpers. Onze villa naast dat van de Resident blijft gespaard.
Chaos
In de stad heerst chaos. Mijn moeder, zusje en ik vluchten de bergen in. Gepropt in haar mini Fiat 300. We komen niet ver. Worden halverwege teruggestuurd, maar krijgen alsnog toestemming om de stad uit te trekken. We rijden dan mee op een vrachtwagen. Steunend en soms haast stapvoets rijden wij opnieuw de bergen in. Na veertig kilometer worden we aan de kant gezet. Te voet gaan we verder. Over bospaden en door klappertuinen. Met mijn vier jaren houd ik het niet lang. Mijn moeder neemt me op de arm, mijn zusje loopt er achter aan, met bagage. De schemering zet in en kort daarna de duisternis. De maan schijnt. De klapperbomen en hun geveerde bladeren steken donker af tegen de heldere hemel. Ze dansen nog steeds begeleid door het dreigend geluid van bommenwerpers en explosies.
We komen aan bij een hut van gevlochten bamboe, waar we zullen overnachten. We worden fluisterend ontvangen.
Een tros
De hut heeft een breed overhangend dak, dat door palen ondersteund wordt. Rondom is een lemen galerij. Er is slechts één kamer, die penetrant naar wandluizen ruikt. Op de grond slaapmatjes. Het is anders dan ons huis in Menado. Ik loop rond en val haast om van de slaap.
Achter het huis struikel ik over een tros touw. Ik val. Er staat meteen iemand naast me. Er komen ook anderen bij, met stokken. Ze lopen opgewonden op de tros af. Beginnen te slaan. De tros ontvouwt zich en trekt zich terug in het bos; vijf meter lang van kop tot staart.
Ik weet niet wat er gebeurd is. Ik begrijp niet waarom mijn moeder mij zo dicht tegen zich aan drukt. We slapen onrustig. Op de achtergrond nog steeds het sonore geluid van vliegtuigen en nog enkele explosies.
Terug bij af
Bij dag is het klapperbos niet meer zo dreigend. We trekken verder en staan na drie dagen en drie andere hutjes plotseling tegenover een Japanse patrouille. Een blanke vrouw met twee kinderen. We worden gered door het zwak van de soldaten voor kinderen. Een vrachtwagen haalt ons op. Vier uur later zijn we weer terug bij af. Het beeld in de stad is veranderd, de chaos is afgenomen.
Een dag later rijden we met anderen en een soldaat, met bajonet op het geweer, in de laadbak van een truck weer de bergen in, op weg naar een kamp.” Einde citaat.
Ik weet het nog goed
Twee jaar later. Menado september 1944. Een wolk geallieerde vliegtuigen afkomstig van de basis Morotai. Aanzwellend geluid. Dan breekt de hel los. Drie uur lang. Daarna grijze lucht, zwarte wolken, brand. De stad ligt plat. Stromen vluchtelingen trekken langs ons huis. Op weg naar de bergen. Wij sluiten ons aan.
Ja, ik weet het nog goed.
Edwin Kisman




Ik kan mij goed voorstellen dat dit je bij blijft. Ik was bijna 4 jaar toen de watersnood kwam en heb daar nog een goed beeld van.